BA3-cursus 2021-2022

Chinese taalkunde: Syntaxis

 

Jeroen Wiedenhof

Inhoud

  • Behandelde stof

    In de collegeperiode wordt deze pagina wekelijks ververst

    Klik F5 / Reload / Refresh als de nieuwste versie niet verschijnt

    BLOK 3: week 1 | week 2 | week 3 | week 4 | ...

    Vanaf week 5: privatissima

    Collectieve onderdelen

  • Algemene informatie

    Tijd en plaats

    Tijd: Tweede semester, donderdagen van 9:15u tot 11:00u

    Plaats: Vrieshof4, zaal 005

    Behandelde stof

    Week 1 (do 10 feb 22)

    Inleiding

    Formaliteiten

    • Syllabus

    • Achterstanden, leesopdrachten

    Naslag

    Warming up

    • Chinese taalkunde in Leiden

    • De talen van China

    • Taalkunde: deelgebieden & grensgebieden

    • Taalkundige termen in het Mandarijn en in het Nederlands

    Audio & tekst

    • Behandeling van vragen

    • Behandeling van opdrachten

    Formaliteiten

     

    Naslag

     

    Warming up

    Materiaal

    Kijk- en luisterhulp

    1.  Op de website van 土豆网/tudou.com is het origineel te vinden.

    2.  Bij het verstaan van het Mandarijn kun je steun hebben aan de ondertiteling.

    Maar dit voordeel heeft ook een nadeel, want die ondertiteling is natuurlijk nooit als taalkundig hulpmiddel bedoeld geweest. Daardoor kan het lastig zijn om het Mandarijn echt te verstaan.

    3.  Wat je niet verstaat is niet altijd gemakkelijk op te zoeken in Chinese woordenboeken, omdat die vrijwel altijd veronderstellen dat je ook weet met welke karakters die woorden worden geschreven.

    Opdrachten

    Schriftelijk voorbereiden! Raadpleeg onzehuisregels

    4. Bekijk het nieuwsverslag over de Partnermarkt in Peking integraal (speelduur: 1'37") met behulp van de kijk- en luistertips hierboven.

    Maak je geen zorgen als je niet alles verstaat. Probeer vooral een indruk te krijgen van de context.

    a.  Hoe spreek je 相亲 uit, en welke betekenissen heeft het?

    Het verslag gaat over een 相亲会 'partnermarkt'. Spreek je dit uit als xiāngqīnhuì of als xiàngqīnhuì?

    Tip: zie de aflevering "Serial blind dates" die afgelopen maand op Language Log verscheen.

    b.  Schrijf in maximaal twee (Nederlandse) zinnen op waar dit videoverslag over gaat.

    c.  Vertaal ook de titel van het filmpje in het Nederlands.

    d.  Zoek in dit filmpje één zin die je (bijna) helemaal verstaat.

    Transcribeer deze in het Pinyin en schrijf er een Nederlandse vertaling erbij.

    5.  Zoals bekend bestaat ook binnen dit BA3-focusvak de mogelijkheid het BA-eindwerkstuk te schrijven.

    Lees de details hierover op de pagina over het BA-eindwerkstuk van de e-studiegids.

    Denk alvast na over wensen en mogelijkheden.

    Het streven is om zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben over wie wel of niet deze cursus aan het BA-eindwerkstuk wil koppelen.

     

     

    Ter info

    SVS Streektalenlezing

    Matthijs Verzijden: "Hakka"

     

    Datum: 10 februari, 15u15

    Plaats: Lipsius / 1.23

    Details: Studie Vereniging Sinologie

     


    Week 2 (do 17 feb 22)

    Taalelementen, woordbouw en zinsbouw

    In de eerste sessie bekeken we de positie van de syntaxis binnen de taalkunde. Binnen de syntaxis is de grootste eenheid van analyse de zin.

    Deze week bekijken hoe we binnen de zin op een taalkundige manier elementen kunnen onderscheiden, en hoe vooral: zulke analyse kunnen uitpakken in onderling zeer verschillende talen.

    illustratie: Calvin and Hobbes door Bill Watterson

    Teksten

     

    Leeshulp

    6.   In het overzicht aan het begin van de Booijs tekst (p. 185) vallen enkele technische termen, zoals valency, die verderop in de tekst nog uitgebreider aan bod komen.

    Raadpleeg waar nodig terminologische bronnen: zie bijvoorbeeld de Handige hulpjes hieronder.

    7.  Op p. 186 wordt met "underlying word order" hetzelfde bedoeld als met" original position of the V", twee regels daaronder.

    8.  In taalkundig werk worden voorbeelden vaak gepresenteerd in drieregelige vorm:

    eerst een transcriptie van de oorspronkelijke uiting,

    daaronder een regel met glossen,

    en tot slot een lopende vertaling.

    Zie bijvoorbeeld ook p. 197 van Booijs tekst.

    Vergelijk deze vorm van presentatie met de opgegeven §5 uit de Schrijfwijzer.

    Wie behoefte heeft aan meer details over de middelste van de drie regels kan terecht bij de Leipzig Glossing Rules van het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology.

     

    Opdrachten

    Schriftelijk voorbereiden! Raadpleeg onze huisregels

    9.  Naar aanleiding van opdracht 4 (d) van de vorige sessie:

    Schrijf je voorbeeldzin (of als je wilt: een andere zin uit hetzelfde filmpje) uit in dezelfde drieregelige vorm,

    dus inclusief glossen en een lopende vertaling.

    Bij Booij (2006):

    10.  Lees de tekst in zijn geheel door.

    Maak aantekeningen van eventuele vragen over of problemen, zodat deze op het college behandeld kunnen worden.

    Beantwoord dan de vragen hieronder.

    11.  Voor de relatie tussen morfologie en syntaxis geldt volgens het tweede aandachtspunt op p. 185 dat zowel "syntactic constructs may form parts of complex words" als "syntax in turn governs the use of morphological case marking on words".

    Bedenk voor elk van deze gevallen minstens twee eigen voorbeelden in een taal naar keuze.

    12.  Formuleer de "Verb Second"-regel van het Nederlands (p. 186) in je eigen woorden en geef er voorbeelden bij. Wat voor zinnen voldoen niet aan deze regel? Geef ook daarvan voorbeelden.

    13.  Op p. 187 wordt de morfologie van zuurkool behandeld, waarin "the adjective zuur is not inflected" - dat wil zeggen: het is niet zurekool, maar zuurkool.

    a.  Is het denkbaar dat zuur niet bijvoegelijk is (m.a.w.: geen adjectief), maar nominaal (d.w.z. een zelfstandig naamwoord)? En zo ja: om wat voor zuur zou het dan gaan?

    b.  Is het ook denkbaar dat zuur hier noch bijvoeglijk, noch nominaal is?

    Vergelijk voor je argumentatie bijvoorbeeld de manier waarop groene stroom, zwakstroom, vuurdoop, witbrood, wittebrood, zuurstof en zuurwaren zijn gevormd.

    14.  Omschrijf in je eigen woorden en met een eigen voorbeeld dat "English does not inflect prenominal adjectives" (p. 187).

    15.  Op p. 187 staat dat "in A + N compounds main stress is usually on the first constituent and in A + N phrases on the second, as in gréenhouse versus green hóuse". Het "usually" doet vermoeden dat er ook uitzonderingen zijn. Kun je daarvan voorbeelden bedenken voor zowel de compounds als de phrases? En hoe werkt dit in het Nederlands?

    16.  "Noun phrases with a determiner as parts of complex words" zijn volgens p. 189 "impossible in English and Dutch".

    Ga na of de onderstaande zinnen a t/m g uitzonderingen hierop bevatten; probeer zowel voor- als tegenargumenten te geven.

    Denk bijvoorbeeld aan het speciale geval van eigennamen, die in elke taal een aparte positie innemen; en ook aan de zelfnoemfunctie, waarin een uitdrukking citerend wordt gebruikt.

    a.  Aan het eind van de De Kempenaerstraat ga je rechtsaf.

    b.  Met hun de-aanhouder-wint mentaliteit komen ze meestal een heel eind.

    c.  Wat vind je van dat "dé bank"-motto van ABN AMRO?

    d.  De Van der Waalskrachten zijn omgekeerd evenredig aan de zevende macht van de afstand tussen de deeltjes.

    e.  John hit a nice down-the-line return of serve and Bill volleyed cross-court to John's forehand.

    f.  It's just a run-off-the-mill heist movie.

    g.  All of these conferences were held in out-of-the-way resorts.

    17.  Aan het begin van § 8.2 (p. 190) wordt voor de zin John hit the ball. in "HIT, x, y" de variabele x gelijkgesteld aan John, en de variabele y aan the ball.

    Verder komen hier labels voor de semantische rollen van agent en patient aan bod. (Let op de de Nederlandse termen, die eindigen op een -s: agens en patiens.)

    De agens is degene die (of dat wat) de handeling uitvoert en de patiens is degene die (dat wat) de handeling ondergaat.

    a. Ga na dat deze twee semantische rollen beide behoren tot de betekenis 'slaan' van het Engelse werkwoord hit.

    Geef nu een korte maar nauwkeurige omschrijving van deze twee deelbetekenissen.

    Met andere woorden: specificeer de beide semantische rollen voor het werkwoord hit.

    b. Is het in het gegeven voorbeeld John hit the ball. nuttig om een onderscheid te maken tussen enerzijds deze twee deelbetekenissen en anderzijds de betekenissen van John en ball?

    18.  Ga na of in de volgende drie zinnen dezelfde semantische rollen zijn te onderscheiden voor het werkwoord hit.

    a.  John hit the gas pedal. 'Jan trapte op het gaspedaal.'

    b.  John hit an ace. 'Jan sloeg een ace.' (Een ace is een tennisopslag die niet door de tegenstander wordt teruggeslagen.)

    c.  John hit twice. 'Jan sloeg twee keer.'

    d.  John hit the road. 'Jan reed weg.'

    e.  Small-town John hits big time! 'Jan Modaal maakt het helemaal!'

     

    Uitsmijter

     

    19.  Lees dit verslag van een (opgelost) misverstand.

    Bron: Paulien Cornelisse, "Shy"
    De Volkskrant, 12 feb 22, p. 1

    a. Kun je zelf checken of je shy en saai hetzelfde uit zou spreken?

    Deze formulering is expres dubbelzinnig, in ieder geval op de volgende twee manieren:

    als verzoek: 'Check zelf even of je shy en saai hetzelfde uit zou spreken.'

    in kritische zin: 'Is het sowieso mogelijk om zelf te checken of je shy en saai hetzelfde uit zou spreken?'

    Op college zullen beide ter sprake komen.

    b.  Komt jouw uitspraak overeen met die van andere moedertaalsprekers van het Nederlands?

    En hoe kun je dat bepalen?

    c.  Kun je een syntactische reden geven waarom de verwarring over de uitspraak hier "nog een paar zinnen langer" duurde?


    Week 3 (do 24 feb 22)

    Taalelementen, woordbouw en zinsbouw (deel 2)

    In week 2 leidde Booijs inleiding tot veel nieuwe perspectieven en doorkijkjes. Deze week nemen we nog eens rustig de tijd voor al jullie vragen (en de mijne ;-) bij hetzelfde hoofdstuk.

    Daarom is de nieuwe tekst erg kort. We zien daarin vooral welke elementen buiten de taal van belang zijn voor de analyse van elementen binnen de taal, en hoe deze samenhangen.

    Daarnaast maken we een begin aan de planning van het werkstuk voor dit college.

    Teksten

    "Spraakklanken en filologie" en "Vorm en betekenis"

    In: "Taal in wording".

    Jacob Kroeze, Taeke de Jong, Jeroen Wiedenhof, Simon de Vries, Darwin's quest: Vier lezingen bij een tentoonstelling, pp. 23-34.

    Delft: VSSD, 2010.

    §§ 2 & 3, pp. 24-26

    Leeshulp

    Zie week 2

     

    Opdrachten

    21.  Lees § 2 en § 3 uit "Taal in wording".

    Maak aantekeningen van eventuele vragen over of problemen, zodat deze op het college behandeld kunnen worden.

    We beginnen het college met deze tekst.

      Individueel 

    Ellie: Je hebt deze pagina's eerder gelezen.

    • Wees er op voorbereid om de inhoud (met name de begrippen in Figuur 1) in je eigen woorden toe te definiëren en toe te lichten.
    • Probeer je (volledige) naam in een fonologische transcriptie te noteren.
    • Probeer deze naam ook in een fonetische transcriptie te noteren, volgens je eigen uitspraak.

    22.  Overgebleven van vorige week:

    De opdrachten 9, 15 en 16.

    Ik zal jullie vragen om opdracht 9 ook op het bord te presenteren, net zoals in Sessie 1.

    23.  Ter oriëntatie op de werkstukken:

      a.  Noteer een of meerdere eigen waarnemingen over een Chinese taal.

      b.  Probeer bij elke waarneming een syntactische onderzoeksvraag te formuleren: kort en concreet.

      Als je twijfelt: formuleer er twee of drie per waarneming.

    Bij Booij (2006):

    24. De bespreking op p. 191 maakt een onderscheid tussen

    enerzijds drie core arguments: agent, patient en goal;

    en anderzijds de overige deelnemers aan een handeling of gebeurtenis, de adjuncts die "always optional" zijn.

    Bepaal nu voor de volgende zinnen of, en zo ja welke arguments of adjuncts er te onderscheiden zijn.

    Geef net als in opdracht 18 per argument of adjunct een omschrijving van de functie binnen de werkwoordsbetekenis.

    a.  Ze schreven een bestseller.

    b.  We schrijven 17 juli 1951. (formeel, schrijftaal)

    c.  Ní mǎi shū. 'Jij koopt boeken.'

    d.  Ní mǎi le ma? 'Heb je ze gekocht?'

    e.  Shū mǎi le ma? 'Heb je de boeken gekocht?'

    f.  Blauw staat je niet.

    g.  Een man een man, een woord een woord.

    h.  Alle reizigers wordt verzocht hier uit- of over te stappen.

    i.  Alle reizigers worden verzocht hier uit- of over te stappen.

    Tip bij h en i: vergelijk "Reizigersdiathese" uit het BA2-"Variatie"-college van afgelopen najaar

    25.  Op pp. 192-193 wordt de nominatieve en accusatieve naamvallen van het Duits vergeleken met het ergatieve systeem van het Dyirbal.

    a.  Waar wordt het Dyirbal gesproken en hoeveel mensen spreken deze taal?

    Raadpleeg eventueel de pagina's over de talen van de wereld.

    b.  Ga voor de voorbeelden (14) tot en met (18) na of je alle in de glossen gebruikte afkortingen thuis kunt brengen.

    c.  Wat is in het Dyirbal het woord voor 'vader' in de zin 'Vader kwam terug.'?

    En wat is het woord voor 'vader' in de zin 'Vader zag moeder.'?

    Leg in je eigen woorden uit hoe het komt dat deze twee woorden verschillen.

    26.  Op p. 195 staat dat " the person-number properties of both the plural Agent and the singular Patient are marked on the verb"; deze twee argumenten zijn ook in de glossen terug te vinden.

    a.  Geef op basis van deze gegevens een korte maar nauwkeurige betekenisomschrijving van de West-Groenlandse vorm taku-aat in voorbeeld (20a).

    b.  Ter vergelijking: welk(e) argument(en) worden in het Nederlandse werkwoord gecodeerd? En in het Mandarijnse?

    27.  Volgens de tekst op p. 195 betekent de passieve (=lijdende) voorbeeldzin (21) Je suis insulté par Jean. 'Ik word door Jan beledigd.' precies hetzelfde als de actieve (=bedrijvende) zin Jean m'insulte. 'Jan beledigt me.'.

    a. Wat is in zin (21) de "demoted Agent"?

    b.  Ga na of, en zo ja hoe, "the fact that the demoted Agent of the verbal predicate is semantically still available" bewijst dat "passivization [...] does not change meaning" (p. 195).

    c. Over deze semantische kwestie wordt door taalkundigen erg verschillend gedacht. Kun je voor- en tegenargumenten bedenken?

    28.  Het Nederlandse werkwoord dansen van voorbeeld (23) wordt daar als intransitief (=onovergankelijk) omschreven.

    Het begrip "intransitief" kan op minstens twee manieren worden opgevat.

    Soms wordt hiermee bedoeld dat het werkwoord in een gegeven zin geen object heeft.

    Een ander gebruik van "intransitief" is dat er bij een gegeven werkwoord überhaupt geen objecten geconstrueerd kunnen worden.

    a.  Welke van de twee opvattingen wordt in deze tekst gehanteerd?

    b. Is het mogelijk om in voorbeeld (23) een object bij gedanst te construeren?

    29.  Welke vorm heeft volgens voorbeeld (25) het index-suffix in het Ixil? En welke vorm heeft het instrumentele voorzetsel?

    30.  Geef een letterlijke vertaling van voorbeeld (26b).

    31.  Op pp. 197-199 wordt uitgelegd hoe naamwoorden geïncorporeerd kunnen worden.

    In het genoemde werkwoord voor 'brood maken' in het Tuscarora treedt het geïncorporeerde naamwoord voor 'brood' op als object bij 'maken', terwijl bij dit samengestelde werkwoord opnieuw een object zoals 'maïs' kan worden geconstrueerd.

    Ken je dergelijke voorbeelden ook uit het Nederlands? En uit het Mandarijn?

    32.  Onderaan pagina 199 gaat het over causatieve werkwoorden.

    Waarom staat er dat de A (= Agent = agens) als veroorzaker optreedt van een gebeurtenis waarin "one or two entities" een rol spelen?

    Bedenk voor beide gevallen voorbeelden in een taal naar keuze.

    33.  Leg in je eigen woorden uit waarom "causativization has the effect of increasing the valency of words" (p. 200).

    34.  Aan het begin van § 8.4 staat in voorbeeld (34) Jan is de aardappels aan het schillen het object de aardappels niet direkt voor het werkwoord schillen, maar voor de woordgroep aan het schillen.

    Volgens p. 201 pleit dit voor de "unity of this aan het V-ing-construction".

    Beschrijf nu, mede op basis van § 8.3, wat er aan de hand is in zinnen zoals Jan is aan het aardappels schillen.

    35.  Volgens p. 203 "neither the causative verb nor the main verb select a recipient themselves".

    Beschrijf hoe dit uitpakt voor het Nederlandse voorbeeld in (37).

    36.  Beschrijf in je eigen woorden wat een productief procédé is (p. 204); geef voorbeelden in een taal naar keuze, en geef ook voorbeelden van improductieve procédés.

    37.  Beantwoord vraag 10 op p. 206.


    Week 4 (do 3 mrt 22)

    Tekst

    • "The topical particle le"

    • Ekaterina Yurievna Chirkova, In search of time in Peking Mandarin.

      Leiden: CNWS Research School, 2003, pp. 32-45.

    Leeshulp

    38.  De grammatica's waarnaar in de tekst verwezen wordt – Chao (1968), Li and Thompson (1981) enz. –zijn beschikbaar op de plank met handboeken in de Azië-bibliotheek.

    Opdrachten

    Voor al het in te leveren werk geldt:

    • Dubbele regelafstand gebruiken – behalve aan het eind van deze cursus, bij de definitieve versie van je werkstuk
    • Je mag je werk ook voor die tijd geprint in mijn postvak leggen –maar stuur in dat geval wel even een mailtje dat ik het daar kan vinden
    • Ingeleverd werk krijg je retour voorzien van mijn aantekeningen
    • Deze lijst van redactionele wijzigingstekens kan helpen bij het lezen van mijn opmerkingen
    • Je kunt altijd een afspraak maken om e.e.a. na te bespreken
    • Verzorg je tekst; denk bijvoorbeeld aan zaken als naam, datum en collegekaartnummer

    Inleveropdracht 1

    Kijk eerst de opdrachten 4 en 9 nog eens na.

    Lees ook de format-eisen in het kader hierboven, en de leestips onder nummer 8.

    Schrijf uit het nieuwsverslag over de Partnermarkt in Peking minstens drie spontaan gesproken zinnen uit in Pinyin-transcriptie.

    Dit mogen losse zinnen zijn, maar het is misschien bevredigender om te proberen opeenvolgende zinnen te transcriberen.

    Als je moeite hebt met de verstaanbaarheid, raadpleeg dan een moedertaalspreker (N.B. de ondertiteling kan misleidend zijn!).

    Zoals besproken op college: met "spontaan gesproken" worden uitingen bedoeld die niet worden opgelezen, d.w.z. die niet zijn "gescript".

    Voeg aan elk van je zinnen twee regels toe:

    • een regel met glossen
    • een regel met je eigen Nederlandse vertaling (deze mag, maar hoeft niet overeen te stemmen met de ondertiteling.)

    Het geheel bestaat dus uit drie zinnen in drieregelige vorm.

    Stuur deze zinnen als PDF in een bijlage bij een mailbericht aan

    Gebruik de volgende bestandsnaam: <tk3stx-opd1-Jouw_familienaam.pdf>

    Deadline: wo 2 mrt 22

     

      Individueel  

    39.  Mei-lize: Zie mijn email-bericht.

    Dank voor Ik zie uit naar je antwoord!

      Update / 26 feb 22  

    Hier jouw bijwerkwerk: opdrachten 24 t/m 37. Verzorg je tekst, d.w.z.

    • noem niet alleen de antwoorden, maar zet ook de vragen erboven
    • lees ook de format-eisen hierboven

    Stuur je werk als PDF in een bijlage bij een mailbericht aan

    Gebruik de volgende bestandsnaam: <tk3stx-week03-Jouw_familienaam.pdf>

    Deadline: wo 2 mrt 22

    40.  Vandaag is de laatste dag waarop je kunt beslissen of je deze cursus aan het BA-eindwerkstuk wilt koppelen.

    Gewoon werkstuk of BA-werstuk: laat dit graag nog even per mail weten, ook als je e.e.a. eerder besproken hebt.

    Zie voor details opdracht 5.

    41.  Lees Chirkova's tekst (pp. 32-45) eerst in zijn geheel door.

    Maak aantekeningen van eventuele vragen over of problemen, zodat deze op het college behandeld kunnen worden.

    42.  Wat is op p. 32 precies het verschil tussen "now" in het citaat van Li & Thompson en "a relative time marker, referring to the narrated time"?

    Is dit te illustreren aan de hand van voorbeeld (3.2)?

    Zo ja: hoe?

    Zo nee: geef dan een ander voorbeeld.

    43.  Wanneer begint "Chinese linguistics after Chao" (p. 32)?

    44.  Vergelijk de voorbeelden (3.4) tot en met (3.7) op pp. 34-35.

    a.  Welk nieuw feit wordt er gepresenteerd in (3.7)?

    b.  Welk fonologisch risico herbergt dit voorbeeld?

    45.  Op p. 37 wordt het karakter 拉 gebruikt om ('stuk, plek'?) te schrijven.

    N.B. gratis digitale woordenboeken volstaan niet voor deze opdracht.

    a.  Check welke uitspraken en betekenissen van het karakter in woordenboeken staan.

    b.  Ligt dit gebruik van het karakter voor de hand?

    c.  Wordt in deze betekenis ook met andere karakters geschreven?

    46.  Wat is op p. 40 de betekenis van in voorbeeld (3.19)? Is de transcriptie hier correct?

    47.  Vat de conclusie op pp. 44-45 in je eigen woorden samen en geef commentaar.


    Vanaf week 5 wordt deze cursus gedoceerd in de vorm van individuele privatissima


    Collectieve onderdelen – vanaf week 5

    Uitsmijter

    Blok 4, week 3 (do 14 apr 22)

     

    48.  Lees deze poging tot mild zijn in een column van Paulien Cornelisse.

    a. De tekst begint met een gelijkstelling, maar wijst vervolgens op een verschil.

    Leg uit waarom de aanwezigheid van het verschil ook taalkundig heel waarschijnlijk is.

    Maak in je uitleg gebruik van termen zoals vorm, betekenis en referent. (hint: "Taal in wording", hierboven)

    b.  De rest van de colum licht het verschil toe.

    Check deze toelichting en noteer eventuele vragen hierover.

    c.  De toelichting wijst erop dat de zinnen met hebben en -heid (betrokkenheid, verliefdheid) zorgen voor "enige distantie" in de betekenis.

    Kun je die afstandelijkheid syntactisch en/of semantisch verklaren?


    Handige hulpjes

     Terminologie

     Schrijfwijzer

     Transcriptiewijzer

     Talen van de wereld

     Redactiesymbolen

     e-ANS

     IPA Chart

     IPA sounds & videos

     IPA TypeIt

    Sinitische talen

     Grammatica van het Mandarijn

     A grammar of Mandarin

    laatste wijziging: 9 april 2022 | home