BA3-cursus 2019-2020

Chinese taalkunde: Syntaxis

 

Jeroen Wiedenhof

Inhoud

  • Behandelde stof

    In de collegeperiode wordt deze pagina wekelijks op vrijdag om 15u ververst

    Klik F5 / Reload / Refresh als de nieuwste versie niet verschijnt

    BLOK 1: week 1 | week 2 | week 3 | ... => privatissima

  • Algemene informatie

    Tijd en plaats

    Tijd: Tweede semester, donderdagen van 9:15u tot 11:00u

    Plaats: Vrieshof4, zaal 007

    Behandelde stof

    Week 1 (do 6 feb 20)

    Inleiding

    Formaliteiten

    • Syllabus

    • Achterstanden, leesopdrachten

    Naslag

    Warming up

    • Chinese taalkunde in Leiden

    • De talen van China

    • Taalkunde: deelgebieden & grensgebieden

    • Taalkundige termen in het Mandarijn en in het Nederlands

    Audio & tekst

    • Behandeling van vragen

    • Behandeling van opdrachten

    Formaliteiten

     

    Naslag

     

    Warming up

    Materiaal

    Kijk- en luisterhulp

    1.  Op de website van 土豆网/tudou.com is het origineel te vinden.

    2.  Bij het verstaan van het Mandarijn kun je steun hebben aan de ondertiteling.

    Maar dit voordeel heeft ook een nadeel, want die ondertiteling is natuurlijk nooit als taalkundig hulpmiddel bedoeld geweest. Daardoor kan het lastig zijn om het Mandarijn echt te verstaan.

    3.  Wat je niet verstaat is niet altijd gemakkelijk op te zoeken in Chinese woordenboeken, omdat die vrijwel altijd veronderstellen dat je ook weet met welke karakters die woorden worden geschreven.

    Opdrachten

    Schriftelijk voorbereiden! Raadpleeg onzehuisregels

    4. Bekijk het nieuwsverslag over de Partnermarkt in Peking integraal (speelduur: 1'37") met behulp van de kijk- en luistertips hierboven.

    Maak je geen zorgen als je niet alles verstaat. Probeer vooral een indruk te krijgen van de context.

    a.  Hoe spreek je 相亲 uit, en welke betekenissen heeft het?

    Het verslag gaat over een 相亲会 'partnermarkt'. Spreek je dit uit als xiāngqīnhuì of als xiàngqīnhuì?

    b.  Schrijf in maximaal twee (Nederlandse) zinnen op waar dit videoverslag over gaat.

    c.  Vertaal ook de titel van het filmpje in het Nederlands.

    d.  Zoek in dit filmpje één zin die je (bijna) helemaal verstaat.

    Transcribeer deze in het Pinyin en schrijf er een Nederlandse vertaling erbij.

    5.  Zoals bekend bestaat ook binnen dit BA3-focusvak de mogelijkheid het BA-eindwerkstuk te schrijven.

    Lees de details hierover op de pagina over het BA-eindwerkstuk van de e-studiegids.

    Denk alvast na over wensen en mogelijkheden.

    Het streven is om uiterlijk in week 4 van deze cursus duidelijkheid te hebben over wie wel of niet deze cursus aan het BA-eindwerkstuk wil koppelen.

     

    Uitsmijter

    – met dank aan Anne Sytske Keijser & Sean Yang Zhaole

    Op Twitter plaatste @ChuBailiang (Chris Buckley / 储百亮) afgelopen zaterdag de foto hiernaast [detail; klik om te vergroten] en de volgende tekst:

    "The old neighborhoods of Hankou district in Wuhan are now honeycombed with checkpoints and warnings like this."

    6.   Check op een talenkaart in welke Chinese taal deze waarschuwing (waarschijnlijk) is geschreven.

    (a)  Lees de waarschuwing: zoek karakters en uitdrukkingen op die je niet nog kent, en probeer vervolgens de tekst te vertalen.

    Syntactische tip: spreek de karakters ook hardop uit!

    (b)  Herhaling: zoals bekend fungeert in het Mandarijn van Peking als object-markeerder bij een volgend werkwoord.

    Check of je ook paraat hebt welke twee betekenis-aspecten naast dit 'ondergaan van de handeling' (d.w.z. als lijdend voorwerp) de -constructie in Peking minimaal toevoegt.

    Syntactische tip: zie § 5.9 van Grammatica van het Mandarijn.

    (c)  Ga nu na of deze betekenisaspecten ook hier alledrie aanwezig zijn.

    Zo ja: wat is er dan vreemd aan deze zin, vanuit een Pekinees perspectief, en hoe komt dat?

    Zo nee: welk(e) van de drie betekenisaspect(en) ontbreken hier?

    (d)  Bedenk of er ook andere (niet-syntactische) verklaringen mogelijk zijn voor de opvallende formulering van deze waarschuwing.

    Wat is de eenvoudigste manier om hier uitsluitsel over te krijgen?

    (e)  Kijk nog eens naar de foto, en probeer ook niet-talige aanwijzingen te vinden voor de beantwoording van de vragen hierboven.

    (Hint: misschien typografie?)


    Week 2 (do 13 feb 20)

    Taalelementen, woordbouw en zinsbouw

    In de eerste sessie bekeken we de positie van de syntaxis binnen de taalkunde. Binnen de syntaxis is de grootste eenheid van analyse de zin.

    Deze week bekijken hoe we binnen de zin op een taalkundige manier elementen kunnen onderscheiden, en hoe vooral: zulke analyse kunnen uitpakken in onderling zeer verschillende talen.

    illustratie: Calvin and Hobbes door Bill Watterson

    Teksten

     

    Leeshulp

    7.   In het overzicht aan het begin van de Booijs tekst (p. 185) vallen enkele technische termen, zoals valency, die verderop in de tekst nog uitgebreider aan bod komen.

    Raadpleeg waar nodig terminologische bronnen: zie bijvoorbeeld de Handige hulpjes hieronder.

    8.  Op p. 186 wordt met "underlying word order" hetzelfde bedoeld als met" original position of the V", twee regels daaronder.

    9.  In taalkundig werk worden voorbeelden vaak gepresenteerd in drieregelige vorm:

    eerst een transcriptie van de oorspronkelijke uiting,

    daaronder een regel met glossen,

    en tot slot een lopende vertaling.

    Zie bijvoorbeeld ook p. 197 van Booijs tekst.

    Vergelijk deze vorm van presentatie met de opgegeven §5 uit de Schrijfwijzer.

    Wie behoefte heeft aan meer details over de middelste van de drie regels kan terecht bij de Leipzig Glossing Rules van het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology.

     

    Opdrachten

    Schriftelijk voorbereiden! Raadpleeg onze huisregels

    10.  Overgebleven van vorige keer:

    a.  Opdracht 4 (d):

    • Lianne: Schreef Pinyin uit met de tonen (d.w.z. de tonen die je hier echt hoort ! ;-) en voeg glossen toe
    • Wesley: Voeg glossen toe

    b.  De uitsmijter, opdracht 6.

    Er zijn deze week hints toegevoegd onder (e).

    Bij Booij (2006):

    11.  Lees de tekst in zijn geheel door.

    Maak aantekeningen van eventuele vragen over of problemen, zodat deze op het college behandeld kunnen worden.

    Beantwoord dan de vragen hieronder.

    12.  Voor de relatie tussen morfologie en syntaxis geldt volgens het tweede aandachtspunt op p. 185 dat zowel "syntactic constructs may form parts of complex words" als "syntax in turn governs the use of morphological case marking on words".

    Bedenk voor elk van deze gevallen minstens twee eigen voorbeelden in een taal naar keuze.

    13.  Formuleer de "Verb Second"-regel van het Nederlands (p. 186) in je eigen woorden en geef er voorbeelden bij. Wat voor zinnen voldoen niet aan deze regel? Geef ook daarvan voorbeelden.

    14.  Op p. 187 wordt de morfologie van zuurkool behandeld, waarin "the adjective zuur is not inflected" - dat wil zeggen: het is niet zurekool, maar zuurkool.

    a.  Is het denkbaar dat zuur niet bijvoegelijk is (m.a.w.: geen adjectief), maar nominaal (d.w.z. een zelfstandig naamwoord)? En zo ja: om wat voor zuur zou het dan gaan?

    b.  Is het ook denkbaar dat zuur hier noch bijvoeglijk, noch nominaal is?

    Vergelijk voor je argumentatie bijvoorbeeld de manier waarop groene stroom, zwakstroom, vuurdoop, witbrood, wittebrood, zuurstof en zuurwaren zijn gevormd.

    15.  Omschrijf in je eigen woorden en met een eigen voorbeeld dat "English does not inflect prenominal adjectives" (p. 187).

    16.  Op p. 187 staat dat "in A + N compounds main stress is usually on the first constituent and in A + N phrases on the second, as in gréenhouse versus green hóuse". Het "usually" doet vermoeden dat er ook uitzonderingen zijn. Kun je daarvan voorbeelden bedenken voor zowel de compounds als de phrases? En hoe werkt dit in het Nederlands?

    17.  "Noun phrases with a determiner as parts of complex words" zijn volgens p. 189 "impossible in English and Dutch".

    Ga na of de onderstaande zinnen a t/m g uitzonderingen hierop bevatten; probeer zowel voor- als tegenargumenten te geven.

    Denk bijvoorbeeld aan het speciale geval van eigennamen, die in elke taal een aparte positie innemen; en ook aan de zelfnoemfunctie, waarin een uitdrukking citerend wordt gebruikt.

    a.  Aan het eind van de De Kempenaerstraat ga je rechtsaf.

    b.  Met hun de-aanhouder-wint mentaliteit komen ze meestal een heel eind.

    c.  Wat vind je van dat "dé bank"-motto van ABN AMRO?

    d.  De Van der Waalskrachten zijn omgekeerd evenredig aan de zevende macht van de afstand tussen de deeltjes.

    e.  John hit a nice down-the-line return of serve and Bill volleyed cross-court to John's forehand.

    f.  It's just a run-off-the-mill heist movie.

    g.  All of these conferences were held in out-of-the-way resorts.

    18.  Aan het begin van § 8.2 (p. 190) wordt voor de zin John hit the ball. in "HIT, x, y" de variabele x gelijkgesteld aan John, en de variabele y aan the ball.

    Verder komen hier labels voor de semantische rollen van agent en patient aan bod. (Let op de de Nederlandse termen, die eindigen op een -s: agens en patiens.)

    De agens is degene die (of dat wat) de handeling uitvoert en de patiens is degene die (dat wat) de handeling ondergaat.

    a. Ga na dat deze twee semantische rollen beide behoren tot de betekenis 'slaan' van het Engelse werkwoord hit.

    Geef nu een korte maar nauwkeurige omschrijving van deze twee deelbetekenissen.

    Met andere woorden: specificeer de beide semantische rollen voor het werkwoord hit.

    b. Is het in het gegeven voorbeeld John hit the ball. nuttig om een onderscheid te maken tussen enerzijds deze twee deelbetekenissen en anderzijds de betekenissen van John en ball?

    19.  Ga na of in de volgende drie zinnen dezelfde semantische rollen zijn te onderscheiden voor het werkwoord hit.

    a.  John hit the gas pedal. 'Jan trapte op het gaspedaal.'

    b.  John hit an ace. 'Jan sloeg een ace.' (Een ace is een tennisopslag die niet door de tegenstander wordt teruggeslagen.)

    c.  John hit twice. 'Jan sloeg twee keer.'

    d.  John hit the road. 'Jan reed weg.'

    e.  Small-town John hits big time! 'Jan Modaal maakt het helemaal!'

    20.  Ter oriëntatie op de mogelijkheden voor werkstukken:

    Kijk bijvoorbeeld eens naar de pagina over een incident in 2012 waar vele (en heel verschillende) taalkundige aspecten aan zitten.


    Week 3 (do 17 feb 20)

    Taalelementen, woordbouw en zinsbouw (deel 2)

    Deze week lezen we Booijs inleidende tekst.

    We bekijken ook welke elementen buiten de taal van belang zijn voor de analyse van elementen binnen de taal, en hoe deze samenhangen.

    Daarnaast maken we een begin aan de planning van het werkstuk voor dit college.

    Teksten

    "Spraakklanken en filologie" en "Vorm en betekenis"

    In: "Taal in wording".

    Jacob Kroeze, Taeke de Jong, Jeroen Wiedenhof, Simon de Vries, Darwin's quest: Vier lezingen bij een tentoonstelling, pp. 23-34.

    Delft: VSSD, 2010.

    §§ 2 & 3, pp. 24-26

    Leeshulp

    Zie week 2

    Opdrachten

    21. Lees § 2 en § 3 uit "Taal in wording".

    Maak aantekeningen van eventuele vragen over of problemen, zodat deze op het college behandeld kunnen worden.

    22. Individueel

    Anna: Lever de opdrachten 10 t/m 19 schriftelijk in.

    Deadline: dinsdag 18 februari 13u00. Let op:

    • Dubbele regelafstand gebruiken
    • Verzorg je tekst:
      • noem niet alleen de antwoorden, maar zet ook de vragen erbij;
      • denk aan zaken als zoals naam, datum en collegekaartnummer
    • Digitaal aanleveren, uitsluitend als PDF.
    • Stuur de PDF als bijlage in een email aan

    Wesley: Je hebt "Taal in wording" eerder gelezen.

    • Wees er op voorbereid om de inhoud (met name de begrippen in Figuur 1) in je eigen woorden toe te definiëren en toe te lichten.
    • Probeer je (volledige) naam in een fonologische transcriptie te noteren.
    • Probeer deze naam ook in een fonetische transcriptie te noteren, volgens je eigen uitspraak.

    23.  Ter oriëntatie op de werkstukken:

      a.  Noteer een of meerdere eigen waarnemingen over een Chinese taal.

      b.  Probeer bij elke waarneming een syntactische onderzoeksvraag te formuleren: kort en concreet.

      Als je twijfelt: formuleer er twee of drie per waarneming.

    Bij Booij (2006):

    24. De bespreking op p. 191 maakt een onderscheid tussen

    enerzijds drie core arguments: agent, patient en goal;

    en anderzijds de overige deelnemers aan een handeling of gebeurtenis, de adjuncts die "always optional" zijn.

    Bepaal nu voor de volgende zinnen of, en zo ja welke arguments of adjuncts er te onderscheiden zijn.

    Geef net als in opdracht 19 per argument of adjunct een omschrijving van de functie binnen de werkwoordsbetekenis.

    a.  Ze schreven een bestseller.

    b.  We schrijven 17 juli 1951. (formeel, schrijftaal)

    c.  Ní mǎi shū. 'Jij koopt boeken.'

    d.  Ní mǎi le ma? 'Heb je ze gekocht?'

    e.  Shū mǎi le ma? 'Heb je de boeken gekocht?'

    f.  Blauw staat je niet.

    g.  Een man een man, een woord een woord.

    h.  Alle reizigers wordt verzocht hier uit- of over te stappen.

    i.  Alle reizigers worden verzocht hier uit- of over te stappen.

    Tip bij h en i: vergelijk "Reizigersdiathese"

    25.  Op pp. 192-193 wordt de nominatieve en accusatieve naamvallen van het Duits vergeleken met het ergatieve systeem van het Dyirbal.

    a.  Waar wordt het Dyirbal gesproken en hoeveel mensen spreken deze taal?

    Raadpleeg eventueel de pagina's over de talen van de wereld.

    b.  Ga voor de voorbeelden (14) tot en met (18) na of je alle in de glossen gebruikte afkortingen thuis kunt brengen.

    c.  Wat is in het Dyirbal het woord voor 'vader' in de zin 'Vader kwam terug.'?

    En wat is het woord voor 'vader' in de zin 'Vader zag moeder.'?

    Leg in je eigen woorden uit hoe het komt dat deze twee woorden verschillen.

    26.  Op p. 195 staat dat " the person-number properties of both the plural Agent and the singular Patient are marked on the verb"; deze twee argumenten zijn ook in de glossen terug te vinden.

    a.  Geef op basis van deze gegevens een korte maar nauwkeurige betekenisomschrijving van de West-Groenlandse vorm taku-aat in voorbeeld (20a).

    b.  Ter vergelijking: welk(e) argument(en) worden in het Nederlandse werkwoord gecodeerd? En in het Mandarijnse?

    27.  Volgens de tekst op p. 195 betekent de passieve (=lijdende) voorbeeldzin (21) Je suis insulté par Jean. 'Ik word door Jan beledigd.' precies hetzelfde als de actieve (=bedrijvende) zin Jean m'insulte. 'Jan beledigt me.'.

    a. Wat is in zin (21) de "demoted Agent"?

    b.  Ga na of, en zo ja hoe, "the fact that the demoted Agent of the verbal predicate is semantically still available" bewijst dat "passivization [...] does not change meaning" (p. 195).

    c. Over deze semantische kwestie wordt door taalkundigen erg verschillend gedacht. Kun je voor- en tegenargumenten bedenken?

    28.  Het Nederlandse werkwoord dansen van voorbeeld (23) wordt daar als intransitief (=onovergankelijk) omschreven.

    Het begrip "intransitief" kan op minstens twee manieren worden opgevat.

    Soms wordt hiermee bedoeld dat het werkwoord in een gegeven zin geen object heeft.

    Een ander gebruik van "intransitief" is dat er bij een gegeven werkwoord überhaupt geen objecten geconstrueerd kunnen worden.

    a.  Welke van de twee opvattingen wordt in deze tekst gehanteerd?

    b. Is het mogelijk om in voorbeeld (23) een object bij gedanst te construeren?

    29.  Welke vorm heeft volgens voorbeeld (25) het index-suffix in het Ixil? En welke vorm heeft het instrumentele voorzetsel?

    30.  Geef een letterlijke vertaling van voorbeeld (26b).

    31.  Op pp. 197-199 wordt uitgelegd hoe naamwoorden geïncorporeerd kunnen worden.

    In het genoemde werkwoord voor 'brood maken' in het Tuscarora treedt het geïncorporeerde naamwoord voor 'brood' op als object bij 'maken', terwijl bij dit samengestelde werkwoord opnieuw een object zoals 'maïs' kan worden geconstrueerd.

    Ken je dergelijke voorbeelden ook uit het Nederlands? En uit het Mandarijn?

    32.  Onderaan pagina 199 gaat het over causatieve werkwoorden.

    Waarom staat er dat de A (= Agent = agens) als veroorzaker optreedt van een gebeurtenis waarin "one or two entities" een rol spelen?

    Bedenk voor beide gevallen voorbeelden in een taal naar keuze.

    33.  Leg in je eigen woorden uit waarom "causativization has the effect of increasing the valency of words" (p. 200).

    34.  Aan het begin van § 8.4 staat in voorbeeld (34) Jan is de aardappels aan het schillen het object de aardappels niet direkt voor het werkwoord schillen, maar voor de woordgroep aan het schillen.

    Volgens p. 201 pleit dit voor de "unity of this aan het V-ing-construction".

    Beschrijf nu, mede op basis van § 8.3, wat er aan de hand is in zinnen zoals Jan is aan het aardappels schillen.

    35.  Volgens p. 203 "neither the causative verb nor the main verb select a recipient themselves".

    Beschrijf hoe dit uitpakt voor het Nederlandse voorbeeld in (37).

    36.  Beschrijf in je eigen woorden wat een productief procédé is (p. 204); geef voorbeelden in een taal naar keuze, en geef ook voorbeelden van improductieve procédés.

    37.  Beantwoord vraag 10 op p. 206.


    Vanaf week 4 wordt deze cursus gedoceerd in de vorm van individuele privatissima


    Handige hulpjes

     Terminologie

     Schrijfwijzer

     Transcriptiewijzer

     Talen van de wereld

     Redactiesymbolen

     e-ANS

     IPA Chart

     IPA chart with sounds

     IPA TypeIt

    laatste wijziging: 21 februari 2020 | home