BA2-cursus 2022-2023

Chinese taalkunde: Taalvariatie

 

Jeroen Wiedenhof

"If every single living thing is different from every other living thing, then diversity becomes life's one
irreducible fact. Only variations are real. And to see them, you simply have to open your eyes."

Liam Neeson als Alfred Kinsey in Bill Condons film Kinsey (2004), 12':29" - 12':42"

Inhoud

Algemene informatie

Tijd en plaats

Tijd: maandagen 15u15-17u00

Plaats: VRIESHOF 4 / 007

Behandelde stof

Vooraf

 

Week 1 (ma 12 sep 22)

Inleiding

Formaliteiten

Zorg dat je deze leest!

Naslag

Warming up

  • De talen van China

  • Taalkunde: intro, deelgebieden & grensgebieden

  • Taalkundige termen in het Mandarijn en in het Nederlands

Audio & tekst

  • Behandeling van vragen

  • Behandeling van opdrachten

Opdrachten

Schriftelijk voorbereiden! Raadpleeg de huisregels

1.  a.  Noteer met welke Chinese talen je persoonlijk contact hebt, of hebt gehad.

Noteer daarbij:

  • passief? actief? schriftelijk? mondeling?
  • en/of andere relevante factoren?

b.  Hoe zou je dat eigenlijk definiëren: een Chinese taal?

c.  Heeft zo'n definitie ook praktische nut? Zo ja: welk? – en zo nee: waarom niet?

 

2.  In de collegereeks "Chinese kranten lezen" (BA3 Chinastudies, UL) wordt deze week een artikel behandeld waarin de naam wordt genoemd van de scheidende hoge commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, Michelle Bachelet.

In de Chinese tekst van het artikel luidt die persoonsnaam: 巴切莱特 Bāqiēláitè.

In andere Chinese nieuwsbronnen zie we haar naam ook in de vorm 巴舍萊 Bāshèlái.

Kun je deze variatie verklaren?

 

 

Uitsmijter

Wat is taalkunde?

Voor niet-taalkundigen is het niet altijd even duidelijk wat taalkundigen doen.

In deze video worden enkele vaak gehoorde misverstanden ontzenuwd.

 

 

 

 

 


Week 2 (ma 19 sep 22)

Y.R. Chao: grondlegger van de moderne Chinese taalkunde

In de Chinese taalkunde van de twintigste eeuw steekt één naam uit boven alle andere: die van de Chinees-Amerikaanse onderzoeker Yuen Ren Chao.

Chao was een duizendpoot. Naast zijn fascinatie voor taal had hij grote belangstelling voor geluidstechniek, muziek, volkskunst en volkstradities.

Zijn benadering was heel down-to-earth, en zijn teksten (zeker voor zijn tijd!) zeer toegankelijk. Wat hij ook tegenkwam, hij wist het duidelijk, eerlijk en nauwkeurig te documenteren.

We lezen deze week Chao's stimulerende verkenning van een van de grote formatieve aspecten van taal: de betekenis.

Tekst

Yuen Ren Chao, "Ambiguity in Chinese".

Achtergrond

Jeroen Wiedenhof, "Praten met platen".

Over het pionierswerk van Yuen Ren Chao.

In: Vol van karakter: Chinees in Leiden.

Leiden: Stichting Taalmuseum, 2017, pp. 19-21.

Bijwerkwerk

3.  Individueel: voor Jay, Joyce, Meilin, Noah, Winny en Yufei:

Neem de aantekeningen van onze eerste sessie (12 sep) over van een klasgenoot, en bestudeer deze.

Lever vervolgens de twee items hieronder (3a & 3b) schriftelijk in.

Stuur je antwoorden als PDF in een bijlage bij een mailbericht aan

Gebruik de volgende bestandsnaam: <tk2var-week01-Jouw_familienaam.pdf>

Deadline: vrijdag 16 september 2022, 13u00

Format-eisen

Voor al het in te leveren werk geldt:

  • Uitsluitend in PDF-formaat
  • Verzorg je tekst; denk bijvoorbeeld aan zaken als naam, datum en collegekaartnummer
  • Noem niet alleen de antwoorden, maar zet ook de vragen erboven
  • Dubbele regelafstand gebruiken – behalve aan het eind van deze cursus, bij de definitieve versie van je werkstuk
  • Ingeleverd werk krijg je retour voorzien van mijn aantekeningen
  • Deze lijst van redactionele wijzigingstekens kan helpen bij het lezen van mijn opmerkingen
  • Je kunt altijd een afspraak maken om e.e.a. na te bespreken

3a.  Schrijf uit welke Sinitische talen we onderscheiden.

Geef per taal de naam in Pinyin-transcriptie en Chinese karakters; en noteer het verspreidingsgebied.

3b.  De talen die in China worden gesproken tot verschillende taalfamilies.

Ga na welke taalfamilies nog meer in China zijn vertegenwoordigd, en noem van elk van deze taalfamilies steeds twee talen die ertoe behoren: één in China en één buiten China.

Extra naslag-tips:

  • Check het overzicht van Chinese talen in § 1.1 in Grammatica van het Mandarijn

    Van dit werk is de Engelse editie (A grammar of Mandarin, 2015) ook als e-editie te raadplegen: zie de UB-catalogus.

  • Check in de Handige hulpjes hieronder de link naar "Talen van de wereld".

Opdrachten

Schriftelijk voorbereiden! Raadpleeg de huisregels

4.  Lees Yuen Ren Chao's artikel "Ambiguity in Chinese"; zie de PDF-link in Brightspace.

Noteer waar je vragen of problemen in de tekst tegenkomt.

Neem je aantekeningen mee naar de klas:

op college gaan we pagina voor pagina door de tekst om deze punten te behandelen.

Bij de leesteksten van deze cursus:

– Als verplichte leesstof voor dit college zullen we géén gebruik maken van heel lange teksten.

Daar staat tegenover dat je de teksten met volle aandacht moet lezen, en vooral: overdenken!

Gezien het inleidende karakter van de cursus: let daarbij vooral op de gebruikte termen en begrippen.

– Maak voor de opdrachten in deze cursus gebruik van de handboeken in de Azië-bibliotheek.

Als je daar de weg niet kunt vinden: meld mij dit dan even.

– Schaf een exemplaar aan, en/of check in de UB de electronische beschikbaarheid van:

P. H. Matthews, The Concise Oxford Dictionary of Linguistics.

Oxford: Oxford University Press, 2007 & latere edities.

5.  Zoek via internet (bibliotheekcatalogi, zoekmachines) antwoord op de volgende vragen:

a. Wanneer leefde Yuen Ren Chao?

b. Hoe luidt zijn Chinese naam?

c. Wat is de titel van zijn chef-d'oeuvre?

d. Wanneer verscheen dat werk? Hoe oud was Chao dus toen dat boek verscheen?

6.  Verzamel of bedenk zelf gevallen van (a) synonymie; (b) homonymie; (c) polysemie.

Schrijf steeds apart de vorm en de betekenis op. Let daarbij op de transcriptie.

Zoek twee gevallen per taal voor het Nederlands, voor het Mandarijn en een derde taal naar keuze.

Als je de gevallen niet bedenkt maar verzamelt: schrijf de hele zin zo precies mogelijk op; schrijf datum, plaats en context erbij.

7.  Hoe heet het transcriptiesysteem dat Chao in dit artikel gebruikt? Waarom gebruikt hij niet gewoon Pinyin?

8.  Zijn de volgende paren van uitdrukkingen voorbeelden van

a.  een 'Z-relatie', dat wil zeggen wat Chao hier een skewed relationship noemt?

b.  homonymie?

c.  polysemie?

d.  of: geen van deze drie gevallen?

  • stroom 'stromend water' en stroom 'stromende elektronen'
  • witbrood en wit brood
  • een gezellig eettentje en een gezellig etentje
  • sectie en sexy
  • diep bukken en het leenwoord debuggen, uitgesproken met een [k] in plaats van de Engelse [g]
  • yí ge rén 'één persoon' en yí ge rén 'in z'n eentje'
  • yí ge rén 'één persoon' en yi ge rén 'een persoon'
  • Tā géi wǒ mái bēr xiǎoshuōr. en Tā mái bēr xiǎoshuōr géi wǒ.
  • brood op de plank in de letterlijke betekenis 'brood dat op een plank ligt' en brood op de plank in de overdrachtelijke zin van 'geld om van te leven'
  • Wie heeft wát gedaan? (met klemtoon op wat) en Wie heeft wat gedaan? zonder deze klemtoon

 

Ter info: taalkunde-lezing

gratis entree, zonder aanmelding

Bestaat de moedertaalspreker?

Challenging the monolingual ideology in sociolinguistics

Language ideologies on German from the perspective of L2 speakers of German

Studies on language ideology, a fast-growing area of research which focuses on our attitudes towards language use, are still characterized by a strong monolingual ideology.

Multilingual speakers, in many societies a considerable part of the population, often remain absent from surveys/interviews on e.g. nonstandard varieties or gender-inclusive language as they would arguably be ‘nonnative’.

In this talk, I call into question the very notion of ‘native speaker’.

Through original interview data with L2 speakers of German, I further explore the argument that highly proficient speakers of a language who learned the language in adulthood also shape language ideologies about this language, thus contributing to language change.

 

9.  Over dit thema van "call into question the very notion of ‘native speaker’":

a.  Bestaan er moedertaalsprekers van het standaard-Mandarijn, m.a.w. van het Pǔtōnghuà 普通話 ~ Guóyǔ 國語 ~ Huáyǔ 華語?

Terminologische check: welke verschillen en welke overeenkomsten zitten er achter deze drie taalnamen?

b.  ...en bestaan er moedertaalsprekers van het Mandarijn (Guānhuà 官話)?

Tip: vergelijk voor de beantwoording van deze vragen je aantekeningen van de vorige sessie, en je uitwerking van opdracht 1a.

 


Week 3 (ma 26 sep 22)

De bouwstenen van taal

We hebben al kennis met een aantal basisbegrippen in de bestudering van taal. Deze week zetten we de belangrijkste op een rij.

We kijken hoe deze elementen zich tot elkaar verhouden, en welke rollen ze spelen in alledaags taalgebruik.

Daarnaast leren we deze elementen op een consequente manier noteren, als hulpmiddel voor de beschrijving van taalverschijnselen.

Teksten

 

Naslag / bij de vorige sessie

Op college is even verwezen naar Grammatica van het Mandarijn.

Die verwijzingen was naar de hoofdstukken; hier nog even die paragrafen voor wie dit wil nalezen:

zie de bespreking in § 3.5

deze (volstekt regelmatige) tonen staan uitgelegd in § 2.2.4; zie met name figuur 2.8.

 

Opdrachten

Waar hieronder wordt gevraagd om iets "kort" te formuleren betekent dat: liefst in een enkele zin.

10. Individueel & collectief

a. voor iedereen: Check of er nog brandende kwesties zijn overgebleven naar aanleiding van Chao's artikel, en neem deze mee.

b. voor Cynthia:

Neem de aantekeningen van het begin van sessie 2 over van een klasgenoot en bestudeer deze

Lever vervolgens de items 5 tot en met 8 schriftelijk in; denk aan de format-eisen.

Stuur je antwoorden als PDF in een bijlage bij een mailbericht aan

    Gebruik de volgende bestandsnaam: <tk2var-week02-Jouw_familienaam.pdf>

Deadline: vrijdag 23 september 2022, 13u00

c. voor Joyce, Meilin, Noah, Winny en Yufei:

Jullie namen staan op de inschrijvingslijst van deze cursus, maar ik heb jullie nog niet op college gezien.

Zonder tegenbericht () ga ik ervan uit dat jullie het college dit semester niet volgen.

Neem bij twijfel even contact op met de studieadviseur.

11.  In week 2 maakten we kennis met synonymie, homonymie, polysemie en Z-relatie.

Schrijf korte definities uit van elk van de vier termen in je eigen woorden, maar met behulp van de begrippen in Figuur 1.

12.  Lees uit "Taal in wording" de twee opgegeven paragrafen, op pp. 24 tot en met 26.

Ga daarbij ook na of je alle details van Figuur 1 begrijpt.

13.  Lees eerst de Transcriptiewijzer. Maak dan van de in § 5 ("Nog meer oefeningen") de zinnen 1 tot en met 10.

Op college zal je gevraagd worden deze zinnen op het bord voor te doen.

14.  Lees "Waarom zeggen Chinezen een l in plaats van een r?".

Noteer eventuele vragen over de tekst en neem deze mee naar college.

15.  Formuleer kort het l/r-probleem dat in dit artikel wordt besproken met behulp van taalkundige basisbegrippen die tot nu toe zijn behandeld.

16.  Noteer alle hier genoemde voorbeelden van op z'n Wenzhounees uitgesproken Nederlandse woorden.

Kun je in je eigen uitspraak van het Nederlands verschillen aanwijzen voor de realisatie van de /r/ in deze voorbeelden?

17.  Het artikel noemt "in het Nederlandse taalgebied ongeveer 15 verschillende manieren om een r uit te spreken".

Het gaat hier dus om regionale verschillen.

Wat voor type verschillen kan verder een rol spelen bij variatie in de uitspraak van de /r/?

Noem er minstens twee, met voorbeelden.

18.  Gegevens over de uitspraak van de Nederlandse /r/ zijn te vinden in het proefschrift van Dick Smakman (Leiden, LUCL):

Standard Dutch in the Netherlands: a sociolinguistic and phonetic description

Dissertatie Radboud Universiteit, Nijmegen. Utrecht: LOT, 2006.

Klik op de PDF van hoofdstuk 11 "Perceptual description" en bekijk tabel 11.5 op p. 237.

Op hoeveel manieren kun je volgens deze bron de /r/ uitspreken in het Nederlands?

19.  Het artikel besluit met "Ik hoor hooguit dat ze het wat vreemd intoneert".

a.  Formuleer kort wat het verschil is tussen toon en intonatie.

b.  Kun je hiermee ook Bertholds ervaring dat "Ik hoor hooguit dat ze het wat vreemd intoneert" verklaren?

20.  Over punning gesproken: bestudeer Mark Retera's cartoon over Prinsjesdag.

Een grap uitleggen is nooit leuk, maar we gaan toch een poging wagen.

(Een voordeel bij deze taalkundige oefening kan zijn dat je de grap zelf niet leuk hoeft te vinden.)

a.  Formuleer kort, met behulp van de terminologie van sessie 2 & 3, op welk soort Nederlandse spraakverwarring de grap is gebaseerd.

b.  Bestaat er in het Mandarijn een vergelijkbaar soort spraakverwarring – dat wil zeggen: met vergelijkbare klinkers?

Ter info

bij opdracht 17:

Koen Sebregts

The Sociophonetics and phonology of Dutch r

Dissertatie Universiteit Utrecht. Utrecht: LOT, 2015.

Web: LOT Publications

 

 




Week 4 (ma 3 okt 22)

Deze week geen bijeenkomst...

...maar wel:

  • De eerste inleveropdracht van deze cursus (deadline 4 oktober)

  • Individueel bijwerkwerk (deadline 4 oktober)

  • Collectief waarnemingswerk

  • Uitsmijter: Taalwaarneming haalt de voorpagina

    Foto: kattebelletje   

     

Opdrachten

Eerste inleveropdracht

Kijk eerst de transcriptieoefeningen van week 3 nog eens na.

Lees ook de format-eisen hierboven.

Maak vervolgens de tien zinnen onder het kopje "Oefeningen (1)" op de volgende webpagina:

Transcriptieoefeningen

Stuur deze zinnen als PDF in een bijlage bij een mailbericht aan

Gebruik de volgende bestandsnaam: <tk2var-opd1-Jouw_familienaam.pdf>

Deadline: di 4 okt 22


21. Individueel

a. voor Cynthia, Fenne en Ilo:

Lever van de volgende college-opdrachten je antwoorden schriftelijk in; zie verder mijn emailbericht.

  • 5 tot en met 8, en
  • 11 tot en met 20

Verzorg je tekst:

  • noem niet alleen de antwoorden, maar zet ook de vragen erboven
  • lees ook de format-eisen hierboven

Stuur deze zinnen als PDF in een bijlage bij een mailbericht aan

Gebruik de volgende bestandsnaam: <tk2var-wk0203-Jouw_familienaam.pdf>

Deadline: di 4 okt 22

b. voor Lara, Lindy en Mara:

Maak de opdrachten 11 tot en met 20 en lever de antwoorden schriftelijk in.

Verzorg je tekst:

  • noem niet alleen de antwoorden, maar zet ook de vragen erboven
  • lees ook de format-eisen hierboven

Stuur deze zinnen als PDF in een bijlage bij een mailbericht aan

Gebruik de volgende bestandsnaam: <tk2var-week03-Jouw_familienaam.pdf>

Deadline: di 4 okt 22

22.  Op college is al even het belang genoemd van de waarneming als fundament van de wetenschap.

Neem daarom in deze extra week de gelegenheid om te oefenen met actief luisteren.

En als je interessant taalgebruik hoort, maak daar dan alvast een aantekening van.

Ook hebben we al even de relevantie besproken van diezelfde waarnemingsvaardigheden voor het werkstuk van deze cursus.

Hulp bij het schrijven van een taalkundig werkstuk kun je vinden in de Schrijfwijzer.

Als je tijd hebt: bekijk deze gids nu alvast. Deze tekst komt sowieso op ons leesmenu.

 

Uitsmijter

Nnndag! Mmmkay?

23.  Over actief luisteren gesproken: originele taalkundige waarnemingen zijn soms voorpaginanieuws.

We bekijken een voorbeeld van afgelopen week. (klik om de column te lezen)

 

Bron: Paulien Cornelisse, "Nnndag"   

De Volkskrant, 24 sep 22, p. 1   

 

a.  Heb je zelf dit "nnndag" ook wel eens gehoord?

Gebruik je "nnndag" zelf ook wel eens?

Kun je een methodologisch bezwaar noemen tegen de tweede vraag? [d.w.z. mijn vraag in de vorige alinea]

b.  Over taal en schrift, en het verband:

de spelling <nnn> geeft iets weer in de Nederlandse taal; wat precies?

c.  In sessie 3 bespraken we twee manieren waarop een klank nasaal kan zijn.

Check hiervoor zo nodig je aantekeningen.

  • Is [n] een nasale klank? En dezelfde vraag voor [d], [nd] en [nːd]?
  • De column noemt ook een tweede vorm: "Mmmbedankt". Is [m] een nasale klank? En [b], [mb] en [mːb]?
  • Kun je een derde manier bedenken waarop een spraakklank nasaal kan zijn?

d.  Probeer eerst het verband in uitspraak te beschrijven tussen [n] en [d], en dan tussen [m] en [b].

e.  Hiernaast zie je een Engels voorbeeld.

  • Vergelijk dit voorbeeld met de twee voorbeelden uit de column, en noem zowel overeenkomsten als verschillen in de rol van de nasalen.
  • Wat voor nasale klank zou je hier eigenlijk verwachten, voorafgaand aan de Engelse klank [kh]?
  • Waarom is deze nasale klank hier niet geschreven?

Bron: Comedy Central, Southpark   

Season 2, episode 3, 27 mei 98   

 


Week 5 (ma 10 okt 22)

Europese pioniers in sinologie en in taalkunde

Deze week spoelen we terug naar de beginfase van de Chinese taalkunde.

In een korte tekst uit 1895 komen verschillende werelden samen:

  • de bestudering van Chinese talen, met name in Leiden

  • het politieke toneel in China, en de Europese rol daarin

  • de traditionele filologie, zowel in China als in Europa

  • het prille begin van de moderne taalkunde

Teksten


Leeshulp

Algemeen  Het artikel bestaat uit een herdruk van een tekst van William Frederick Mayers, voorzien van een gloedvolle inleiding van Schlegel.

pagina 499  Met "the Imperial Dictionary of K'ang-hi" wordt de 康熙字典 Kāngxī zìdiǎn bedoeld

p. 499  "Since Peking has been opened": dit slaat op de periode vanaf 1860, na de tweede Opium-Oorlog (1856-1860).

p. 502  In bronnen uit deze tijd wordt een citaat van meerdere alinea's vaak afgedrukt (zoals hier) door

  • te beginnen met een aanhalingsteken-openen (hier dus op p. 502), en dit teken te herhalen aan het begin van elke volgende alinea;
  • alleen aan het eind van de laatste alinea van het citaat een aanhalingsteken-sluiten te noteren (hier op p. 507).

p. 503  De hier genoemde Sir William Jones geldt als een pionier in de taalkunde:

"voornamelijk beroemd geworden door zijn uitspraak dat het Sanskriet verwant is aan het Grieks en Latijn"

–we lazen hier al eerder over in "Taal in wording" (pp. 24-25).

p. 505  "Mr. Oliphant" was de diplomaat Laurence Oliphant.

p. 506 & passim  Het Engelse "shew" wordt tegenwoordig als <show> gespeld.

 

Opdrachten

24.  Backlog:

De nog openstaande opdrachten zijn 23 a t/m e.

25.  Nu we aantal basisbegrippen hebben leren kennen, is het tijd voor een concrete stap in het kader van het werkstuk.

a.  Lees de Schrijfwijzer.

Neem je vragen en of opmerkingen mee.

b.  Noteer minstens twee voorbeelden van taalgebruik in een Chinese taal naar keuze.

Check in dit verband ook opdracht 22.

Noteer dus iets uit levend spraakgebruik: bijvoorbeeld iets opvallends uit een opgevangen gesprek;

of anders (maar dit is tweede keus) iets dat je gelezen hebt.

Documenteer je voorbeelden in transcriptie: vorm plus betekenis.

De bedoeling is om klassikaal te bespreken of en hoe je voorbeelden als aanleiding kunnen dienen voor een werkstuk.

Achteraf wijzigen mag! Het gaat nu alleen om het bespreken van opties, vanuit je eigen waarneming.

 Het is dus niet de bedoeling om onderwerpen te verzinnen. Het gaat alleen om voorbeelden: hoe concreter hoe beter.

c.  Noteer bij elk voorbeeld een onderzoeksvraag.

26.  Lees de bijdrage van Gustaaf Schlegel:

  • Het stuk komt uit een ander tijdperk, dus raadpleeg voordat je begint de Leeshulp hierboven.
  • Ga zelf na wie Schlegel was en welke rol hij heeft gespeeld in de Chinese taalkunde.

Maak aantekeningen van eventuele vragen over of problemen met de tekst en neem deze mee naar het college.

Zoals besproken: we behandelen jullie eigen vragen & opmerkingen als eerste, en pas dan mijn opdrachten hieronder.

27.  Valt je iets op aan de titel van Schlegels artikel?

28.  Op p. 499 wordt de Pekinese uitspraak genoemd van de titel van het besproken woordenboek.

Hoe luidt deze in Pinyin, en kun je deze uitspraak ook zelf terugvinden (in een bron naar eigen keuze)?

29.  De tekst begint met een verhandeling over transcription (ook: transscription, p. 501)

Deze term suggereert het 'omschrijven' van het ene medium in het andere.

Wat wordt er in deze tekst precies mee bedoeld? Met andere woorden: wat wordt hier eigenlijk in wat getranscribeerd?

– Baseer je argumenten op passages uit de tekst!

30.  Op p. 503-504 is sprake van "The ancient establishment of the court at Nanking" en "the removal of the capital to Peking".

Check om welke tijdsdiepte (jaren, decennia, eeuwen) het hier gaat.

Met andere woorden: zoek de twee jaartallen op.

31.  Op p. 505 ("the most modern changes in pronunciation") en 506 ("softened", sibilated") is sprake van een regelmatig soort klankverandering.

a.  Kun je ook nagaan wat de taalkundige naam van dit verschijnsel is?

b.  Het verschijnsel komt ook elders in de wereld veel voor. Kun je voorbeelden dicht bij huis noemen?

32.  Kun je nagaan hoe "needless" de "gulf" op p. 506 is?

33.  Voor de naam van de stad Hongkong wordt op p. 507 een Pekinese uitspraak genoteerd.

Hoe luidt die uitspraak in Pinyin, en kun je deze uitspraak ook zelf terugvinden (in een bron naar eigen keuze)?

34.  Afgezien van de Nanking-Peking-controverse:

welke taalkundige kritiek zou je kunnen hebben op Schlegels eigen normen voor transcriptie in dit artikel?


Handige hulpjes

 Terminologie

 Talen van de wereld

 e-ANS (Nederlandse grammatica)

Sinitische talen

 Grammatica van het Mandarijn

 A grammar of Mandarin

 Schrijfwijzer

 Transcriptiewijzer

 Redactiesymbolen

 IPA Chart

 IPA sounds & videos

 IPA TypeIt

   

 Pink Trombone

laatste wijziging: 4 oktober 2022 | home