BA2-cursus 2014-2015

Chinese taalkunde: taalvariatie

 

Jeroen Wiedenhof

"If every single living thing is different from every other living thing, then diversity becomes life's one irreducible fact. Only variations are real. And to see them, you simply have to open your eyes."

Liam Neeson als Alfred Kinsey in Bill Condons film Kinsey (2004), 12':29" - 12':42"

Inhoud

Algemene informatie

Tijd en plaats

Tijd: eerste semester, donderdagen van 13:15u tot 15:00u

Plaats: Van Eyckhof 2, zaal 002 Vanaf 18 sep: Oude Sterrewacht, zaal C003

Kaiserstraat 63, 2311 GP Leiden / Route vanaf Arsenaal:

 

Behandelde stof

Week 1 (11 sep 14)

Formaliteiten

Zie de syllabus van dit college; zorg dat je deze leest!

Praktische zaken

De reader bij dit college, Chinese en algemene taalwetenschap, is verkrijgbaar via ReaderOnline

Je hebt deze reader nodig om de colleges vanaf week 2 voor te bereiden.

Inleiding

Handboeken en naslagwerken; hulpmiddelen (zie voorbeeld)

Taalkundige termen in het Mandarijn en in het Nederlands

De talen van China


Week 2 (18 sep 14)

Tekst

Yuen Ren Chao, "Ambiguity in Chinese".

Opdrachten

Schriftelijk voorbereiden! Raadpleeg de huisregels

1.  Naar aanleiding van vorige keer:

voor de sinologen: Op college zijn de namen van zeven Sinitische talen behandeld. Zoek de karakters erbij en leer deze uit het hoofd.

voor de japanologen: Ga na welk transcriptiesysteem doorgaans voor het Mandarijn wordt gebruikt. Hoe heet die transcriptie voluit, en waar komt deze vandaan?

voor beide groepen: Maak voor bovenstaande opdracht gebruik van de handboeken op de plank Chinese taalkunde in de East Asian Library: direct bij binnenkomst rechts; of vraag aan de balie!

2.  Lees de tekst. Noteer in de kantlijn waar je vragen of problemen in de tekst tegenkomt, Wij zullen die in het college behandelen. Neem eventuele aantekeningen mee naar de klas.

3.  Verzamel of bedenk zelf gevallen van (a) synonymie; (b) homonymie; (c) polysemie.

Schrijf steeds apart de vorm en de betekenis op. Let daarbij op de transcriptie.

Zoek twee gevallen per taal voor het Nederlands, voor het Mandarijn en een derde taal naar keuze.

Als je de gevallen niet bedenkt maar verzamelt: schrijf de hele zin zo precies mogelijk op; schrijf datum, plaats en context erbij.

4. Zoek via internet (bibliotheekcatalogi, zoekmachines) antwoord op de volgende vragen:

a. Wanneer leefde Yuen Ren Chao?

b. Hoe luidt zijn Chinese naam?

c. Wat is de titel van zijn chef-d'oeuvre?

d. Wanneer verscheen dat werk? Hoe oud was Chao dus toen dat boek verscheen?

5. Hoe heet het transcriptiesysteem dat Chao in dit artikel gebruikt? Waarom gebruikt hij niet gewoon Pinyin?

6. Zijn de volgende paren van uitdrukkingen voorbeelden van

a. een 'Z-relatie', dat wil zeggen wat Chao een skewed relationship noemt?

b. homonymie?

c. polysemie?

d. of: geen van deze drie gevallen?

  • stroom 'stromend water' en stroom 'stromende elektronen'
  • witbrood en wit brood
  • een gezellig eettentje en een gezellig etentje
  • sectie en sexy
  • diep bukken en het leenwoord debuggen, uitgesproken met een [k] in plaats van de Engelse [g]
  • yí ge rén 'één persoon' en yí ge rén 'in z'n eentje'
  • yí ge rén 'één persoon' en yi ge rén 'een persoon'
  • Tā géi wǒ mái bēr xiǎoshuōr. en Tā mái bēr xiǎoshuōr géi wǒ.
  • brood op de plank in de letterlijke betekenis 'brood dat op een plank ligt' en brood op de plank in de overdrachtelijke zin van 'geld om van te leven'
  • Wie heeft wát gedaan? (met klemtoon op wat) en Wie heeft wat gedaan? zonder deze klemtoon

7. Alvast ter oriëntatie op de mogelijkheden voor werkstukken:

8. Uitsmijter – Hieronder staan twee fragmenten uit de media met uitdagingen aan het adres van taalkundigen. Ga deze twee uitdagingen aan.

a. Bij Fragment A: Ga na of de geciteerde woorden van Weekers inderdaad kunnen betekenen 'dat hij vond dat de gedupeerden hém excuses schuldig waren vanwege hun pietluttige gezeur over twee maandjes geen toeslagen'.

b. Op welk(e) manier(en) kun je dit vaststellen?

c. Kun je hierbij een verschil aanbrengen tussen betekenis en interpretatie?

d. Bij Fragment B: Geef een plausibel verband tussen 'een Engelse brief schrijven' en 'een dutje doen'.

Probeer dit onafhankelijk te doen, d.w.z. in eerste instantie zonder door te klikken naar de suggestie van de auteur.

e. Tot welk(e) deelgebied(en) van de taalkunde behoren deze twee uitdagingen?

Fragment A

Fragment B

Bert Wagendorp: "Frans Weekers". Volkskrant, 30 jan 14, p. 2

Julius Pasgeld, "Wat eten we? Husse, met je neus ertussen". De Oud-Hagenaar, 21 jan 14, p. 18

Klik op de afbeeldingen voor meer context

 

Ter info

Drongo festival

Het Drongo festival viert meertaligheid, met een gevarieerd en interessant programma voor jong en oud. Alles is gratis toegankelijk. Het thema dit jaar is ‘Talen voor je toekomst’.

Datum: 27 sep 14

Tijd: 10u00-17u00

Plaats: Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA, op 5 minuten loopafstand van het Centraal Station aan de Oosterdokskade 143 in Amsterdam.

Web: Drongo festival


Week 3 (25 sep 14)

Teksten

Opdrachten

Schriftelijk voorbereiden! Raadpleeg de huisregels

9.  Overgebleven van vorige week:

  • Opdrachten 6d: de laatste zes bullets

  • Opdracht 7 en 8

10.  Lees de tekst. Noteer in de kantlijn waar je vragen of problemen in de tekst tegenkomt, Wij zullen die in het college behandelen. Neem eventuele aantekeningen mee naar de klas.

11. Individueel

  • Didier en Dillen – Vat de op college behandelde stof van week 2 samen in één à twee pagina's. Geef in het geval van behandelde termen niet alleen omschrijvingen maar ook altijd een eigen voorbeeld.

Deadline: woensdag 24 sep 13u00. Let op:

  • Niet digitaal aanleveren maar geprint op papier in mijn postvak, overloop eerste verdieping Arsenaal
  • Dubbele regelafstand gebruiken
  • Verzorg je tekst; denk bijvoorbeeld aan zaken als naam, datum en collegekaartnummer

12.  Lees uit het artikel "Taal in wording" de twee opgegeven paragrafen op pp. 24 tot en met 26.

Ga daarbij ook na of je alle details van Figuur 1 begrijpt.

Noteer eventuele vragen over de tekst en neem deze mee naar college.

13.  Schrijf nu definities uit van elk van de vier termen uit week 2 (synonymie, homonymie, polysemie en Z-relatie; Emily: ook homofonie en homografie) in je eigen woorden, maar met behulp van de begrippen in Figuur 1.

14.  Lees eerst de Transcriptiewijzer. Maak dan van de oefening in § 4 de zinnen 1 tot en met 10. Op college zal je gevraagd worden deze zinnen op het bord voor te doen.

15.  Lees "Computer leidt linguïsten terug naar de bron". Noteer eventuele vragen over de tekst en neem deze mee naar college.

Voor de liefhebber: de publicatie waar dit Volkskrant-artikel over gaat is: Alexandre Bouchard-Côté, David Hall, Thomas L. Griffiths en Dan Klein, "Automated reconstruction of ancient languages using probabilistic models of sound change". Proceedings of the National Academy of Sciences 10.1073, 2013. <PNAS1204678110>.

16.  In kolom 2, alinea 2 is sprake van veranderende woordklanken. Wat wordt bedoeld met deze "woordklanken", als je het formuleert met behulp van de begrippen die we zagen in Figuur 1 van "Taal in wording"?

N.a.v. deze term "woordklanken": ga ook na wat de status van de term "woord" in dit verband is.

17.  Kolom 2, alinea 4: "Frans, Spaans en Italiaans": noem nog drie talen die van het Latijn afstammen. Waar worden ze gesproken? Hoe noemen we deze groep talen?

Hint: raadpleeg de handige hulpjes.

18.  Kolom 3, alinea 1: "Volgens de onderzoeker is het de kunst deze patronen te ontdekken en ze vervolgens te gebruiken om bestaande taal 'om te keren' ".

Deze kunst combineert dus twee aspecten. Zijn deze nieuw? (allebei? geen van beide? – vergelijk ook § 2 van "Taal in wording")

19. Kolom 3, alinea 2: hoe past het Engelse voorbeeld hit bij de genoemde voorbeelden?

20.  Kolom 3, alinea 2: "stamt het Portugees daarom vermoedelijk niet van dezelfde moedertaal af".

Ga na in hoeverre dit klopt, en/of hoe het bedoeld is.

21.  Kolom 3, alinea 3: "voorspelbaar patroon".

(a) Wat is de technische term hiervoor?

Hint: zie § 1.2 van "Uit de geschiedenis van de fonologie" van Marc van Oostendorp van het LUCL.

(b) Zijn dit soort patronen ook in de traditionele Chinese wetenschap opgemerkt?

Hint: zie de levensbeschrijving van Chén Dì uit Wikipedia.

22.  Kolom 4, alinea 1: "85 procent van de woorden die wij vonden, weken maximaal één karakter af".

(a) Hoe is zo'n "karakter" op te vatten in puur taalkundige zin? Zie ook de begrippen uit Figuur 1 van "Taal in wording".

(b) Bedenk in hoeverre de methode die hier wordt beschreven (althans: zoals de methode in het Volkskrant-artikel wordt beschreven) het gevaar loopt van een cirkelredenering.


Week 4 (2 okt 14)

Teksten en materiaal

Opdrachten

Format-eisen

Voor al het in te leveren werk geldt:

  • Niet digitaal aanleveren maar geprint op papier
  • Dubbele regelafstand gebruiken – behalve aan het eind van deze cursus, bij de definitieve versie van je werkstuk
  • Lever in bij aanvang van het college van de aangegeven dag
  • Je mag je werk ook voor die tijd in mijn postvak leggen –maar stuur in dat geval wel even een mailtje dat ik het daar kan vinden
  • Ingeleverd werk krijg je retour voorzien van mijn aantekeningen
  • Deze lijst van redactionele wijzigingstekens kan helpen bij het lezen van mijn opmerkingen
  • Je kunt altijd een afspraak maken om e.e.a. na te bespreken
  • Verzorg je tekst; denk bijvoorbeeld aan zaken als naam, datum en collegekaartnummer

Inleveropdracht

Kijk eerst de transcriptieoefeningen van week 3 nog eens na.

Lees ook de format-eisen hierboven.

Maak vervolgens de volgende oefeningen:

Transcriptieoefeningen

Lever alle zinnen (1 tot en met 10) schriftelijk in bij aanvang van het college van donderdag 2 oktober (week 4).

23.  Overgebleven van vorige week: de opdrachten 19 t/m 22.

24.  Bestudeer het nieuwe materiaal: het Nederlandse video-fragment en de Chinese verpakking.

Noteer waar je vragen of problemen tegenkomt.

25. Individueel

  • Erik – Stel aan het begin van het college nog even je hervonden vraag over de verschillende transcripties bij het Nederlandse gewoon.
  • Carmen, Christiaan, Denise, Dionne, Jocelyn, Lillian, Mariska, Michelle en Nina – Check meteen even de opmerking voor Japanologen in opdracht 28 hieronder.
  • Wendy – Waar in het vervolg verschillende opdrachten staan voor sinologen en voor japanologen mag jij zelf kiezen welke van de twee je maakt – of ze allebei doen.

26. Over Kees Torns "N-E":

(a) Aan het begin van het fragment (0'06"-0'12") legt de cabaretier uit wat er taalkundig aan de hand is met het het liedje dat hij gaat zingen.

Formuleer nu zo helder mogelijk je eigen uitleg: wat is het recept van dit liedje?

Maak waar nodig gebruik van de termen en begrippen die we in de afgelopen weken hebben behandeld.

(b) Is syntax (0'12") een Nederlands woord?

(c) Sinologen: maak volgens het recept van dit liedje twee Nederlands-Mandarijnse zinnen.

Japanologen: maak volgens het recept van dit liedje twee Nederlands-Japanse zinnen.

27.  Over de verpakking van de Chinese speelgoedtank:

(a) Corrigeer alle fouten in de regels 1 t/m 16.

Geef minstens twee verschillende redenen voor zulke fouten.

(b) Zet de Chinese tekst in r. 4 om in traditionele karakters.

Ga na hoeveel mogelijkheden er bij deze conversie zijn voor het eerste karakter.

(c) Geef van de tekst in regel 4 een Pinyin-transcriptie en een vertaling.

(d) Beschrijf uit welke elementen de Mandarijnse uitdrukking voor 'springveer' is opgebouwd, en hoe deze elementen zich tot elkaar verhouden.

Hoe noem je deze elementen?

Tot welk onderdeel van de grammatica behoort dit type beschrijving?

(e) Zoals je weet, kun je in het Mandarijn bepalingen vormen met én zonder het onderschikkingspartikel de: hǎo (de) pěngyou 'goede vriend', Túěrqí (de) miànbāo 'Turks brood', enzovoort.

Sinologen: dit is bekende grammatica. Ga voor de zekerheid na of je het betekenisverschil onder woorden kunt brengen.

Japanologen: het principe, incusief de strikte woordvolgorde, zal niet onbekend klinken. Het Japanse onderschikkingspartikel no werkt op bijna dezelfde manier.

Iedereen: Check bij twijfel § 3.3 in Grammatica van het Mandarijn (bibliotheek EAL: óf in de toonkast, óf op de plank taalkundige naslagwerken).

(f) Verklaar nu in je eigen woorden hoe het komt dat het onderschikkingspartikel de 的 niet voorkomt in regel 4: noch tussen 发 en 条, noch tussen 发条 en 坦克.

28.  Bedenk (minstens) twee onderwerpen om een werkstuk over te schrijven. (Achteraf wijzigen mag! Het gaat nu alleen om het bespreken van de mogelijkheden.)

Geef bij elk onderwerp een werktitel plus een concreet talig voorbeeld (een concreet woord, een echte zin, enzovoort).

Japanologen, let op: dit college beslaat vijf EC-punten. Dit betekent dat voor vergelijkende onderwerpen (Japans-Chinees) de ruimte vrijwel altijd ontbreekt.

Kies dus een enkelvoudig onderwerp. Kom bij twijfel langs om de mogelijkheden te bespreken.

Ter info

Leidse promotie

Chin-hui Lin, "Utterance-final particles in Taiwan Mandarin: contact, context, and core functions"

Datum: 2 oktober 2014

Tijd: 15:00-16:00

Plaats: Academiegebouw, Rapenburg 73


Week 5 (9 okt 14)

Teksten

Opdrachten

Vooraankondiging

Op donderdag 16 oktober (week 6) volgt als inleveropdracht een eerste aanzetje tot het werkstuk.

29.  Overgebleven van vorige week: opdracht 28.

30.  Lees de bijdrage van Bauer.

Maak aantekeningen van eventuele vragen over of problemen met de teksten en neem deze mee naar het college.

31.  In de eerste alinea van p. 77 worden vier onderdelen van de taalkunde genoemd in termen van rules.

Geef gangbare Nederlandse namen voor elk van deze onderdelen.

32.  "If Spelitzian had none of these, then when two speakers of this 'language' were talking, the listener would not know what the speaker intended." (p. 79).

Aan de andere kant: echte talen "allow the precise communication of complex messages" (p. 79).

Hoe precise is die precise communication precies?

33.  Onderscheidt het Nederlands dezelfde soorten 'wij' als het Maori?

En hoe zit het met het Mandarijn?

34.  "If you hear the Spelitzian sentence for 'Give me some water,' you can be pretty sure you can use the same pattern for 'Give me some food.' " (p. 83).

Ben je het hiermee eens?

35.  Over dezelfde passage: wat voor soort patterns zijn hier bedoeld?

36.  Lees de Schrijfwijzer zorgvuldig en breng eventuele vragen hierover mee naar de klas.

37.  Uitsmijter - Bekijk het Youtube-fragment over The Longest Words in the English Language (een kopie in FLV-formaat staat hier).

(a) Hoe wordt de lengte van woorden hier gemeten?

(b) Op welke taalkundige manier(en) kan lengte gemeten worden?


Week 6 (16 okt 14)

Intro

Deze week lezen we opnieuw een hoofdstuk uit Language Myths van Bauer & Trudgill.

Dat dubbele ontkenningen onlogisch zijn is eigenlijk geen mythe. Het is eerder een waarheid als een koe.

Taal gedijt bij het overtreden van de regels van de logica. Zo kun mensen dankzij hun taal tegelijkertijd naakt en niet naakt zijn.

Teksten

Jenny Cheshire, "Double negatives are illogical".

Opdrachten

Vooraankondiging

Zoals besproken op college: op donderdag 30 oktober (Blok 2, week 1) volgt als leesopdracht een artikel over het Mantsjoe.

Dit artikel, "Why the sinologue should study Manchu" van Erich Hauer, staat in Blackboard klaar onder Course Documents.

Je kunt dus alvast met lezen beginnen. De opdrachten bij deze tekst volgen later.

Tweede inleveropdracht

Lever opdracht 43 hieronder schriftelijk in bij aanvang van het college van donderdag 16 oktober 2014 (week 6).

38.  Lees de bijdrage van Cheshire. Neem ook hierover je aantekeningen mee naar het college.

39.  Vertaal het gedicht op p. 113 in het Nederlands.

40.  Van wanneer dateert het laatste citaat op p. 113 ongeveer?

41.  Op pp. 114 begint een korte uiteenzetting over de toepasbaarheid van de formele logica op de betekenissen van taal.

Cheshire's conclusie is duidelijk: "it is very rarely appropriate to think in terms of logic when looking at language use" (p. 115).

a. Leg uit op welke manier de hierboven al even genoemde TNT!men een voorbeeld vormen van deze taal-semantische onlogica.

b. Lees mee hoe het Genootschap Onze Taal voor de Nederlandse uitdrukking op een haar (na) "de vreemde situatie" beschrijft dat "twee woordgroepen die het tegenovergestelde betekenen, inmiddels als synoniemen worden gebruikt".

Wees er op voorbereid om ook de onlogica van dit geval op college in je eigen woorden na te vertellen.

c. Noem nu zelf een voorbeeld, in een taal naar keuze.

42.  In "Double negatives are illogical" komen verschillende talen aan bod.

Kun je die gegevens aanvullen met voorbeelden uit het Mandarijn?

[toegevoegd 17 nov 14] zie ook het Engelse voorbeeld in The war that changed the world

43.  Het wordt tijd om een aanzet tot je werkstuk inleveren. Raadpleeg hiervoor ook je aantekeningen bij het college van week 5.

Houdt dit begin van je werkstuk thematisch beperkt; uitbreiden kan altijd nog.

En zoals eerder gezegd: kom gerust langs om plannen en ideeën te bespreken, maar wacht daarmee niet tot het laatste moment.

  • Formuleer in ieder geval een duidelijke onderzoeksvraag
  • Je mag desgewenst meerdere onderwerpen voorstellen om later uit te kiezen
  • Maximale lengte is 1 vel A4 per onderwerp
  • Zie de format-eisen hierboven!
  • Raadpleeg als FAQ de Schrijfwijzer
  • Verwerk minimaal één voorbeeld! – d.w.z. een woord, zinsdeel, of zin uit de taal die je behandelt
  • Schrijf geen opzet van je plannen, maar maak direct een stukje lopende tekst dat je later ook kunt gebruiken

Zorg dat je binnen de collegeperiode minimaal twee voorlopige versies inlevert.

Hoe meer voorlopige versies je inlevert, des te meer commentaar dat oplevert; tussendoor inleveren kan altijd via postvak Wiedenhof (maar leg je werk niet in de retour-map!)

De verplichte versies voor dit werkstuk gelden als eerste versies; geen herkansing na de deadline.

Deadline voor het werkstuk: zie syllabus, zoals besproken in de eerste bijeenkomst.

44. Uitsmijter 1

Geef van de betekenis van de verordening op de foto minstens drie interpretaties in een taalkundige transcriptie.

Voorschoten

Provinciale weg N447

3 maart 2013

Klik op het bord om de tekst te vergroten

45. Uitsmijter 2

Bij de productie van Rob Marshalls film Memoirs of a geisha (2005) werd intensief samengewerkt tussen Amerikaanse, Japanse en Chinese acteurs die Engels, Japans, Mandarijn en Kantonees spraken.

In een "Geisha Bootcamp Featurette" bij de film geeft de Supervising Dialect Coach enkele indrukken over de manier waarop taalproblemen in dit project werden aangepakt.

a.  Schrijf op welke specifieke en welke algemene beweringen er over taal worden gedaan in dit fragment (8':06" - 9':18" van de Featurette).

b.  Voorzie elk van deze beweringen van je eigen commentaar.


Blok 2

Week 1 (30 okt 14)

Teksten


Opdrachten

46.  Bij de bespreking van de werkstukplannen (zowel klassikaal als individueel) bleek dat niet iedereen de korte Schrijfwijzer had gelezen.

Voor wie dit niet gedaan heeft: lees deze handleiding zorgvuldig en noteer resterende vragen.

Neem je tekst, mijn aantekeningen en jouw ideeën over het vervolg mee naar de klas.

47.  Lees Erich Hauers artikel. Zoek er zelf achtergronden bij over de Mantsjoes en hun taal.

Voorbeelden van kijk- en leestips:

48.  Op p. 156 staat dat het Mantsjoe voor de Jesuïeten een "comparatively easy language" was. Hoe zou dat komen?

Tip: vergelijk ook p. 157.

49.  Op p. 158 is sprake van "interlinear" Mantsjoe-Chinese-teksten.

百聞不如一見: zie Fresco Sam-Sins videopresentatie voor een goed voorbeeld.

50.  Ook op p. 158: "Manchu students whose mother tongue had been the Chinese language". Is dit een drukfout? En/of hoe moeten we dit plaatsen?

51.  Ga op p. 158 na of je genoemde plaatsnamen ook kunt plaatsen.

Hoe heten deze plaatsen tegenwoordig?

52.  Op pp. 160-161 worden enkele eigenschappen van het Mantsjoe omschreven in klassieke grammaticale termen.

Ga na wat deze termen betekenen, en probeer je steeds voor te stellen over wat voor verschijnselen het gaat.

Noem (minstens) twee redenen waarom de tekst hier lastig te lezen is;

plus een reden waarom we de tekst juist hier zouden moeten doorgronden.

53.(extra tips: zie 56)  Hauer vertaalt op pp. 162 elk van de volgende Chinese eigennamen (twee namen van poorten, vijf van regeertitels) twee keer.

Volgens hem is via de overeenkomstige Mantsjoe-namen vast te stellen dat in het Chinees steeds de eerste betekenis onjuist is, en de tweede betekenis juist:

  Pīnyīn Karakters Eerste betekenis Tweede betekenis Opmerking
1. Tiānānmén 天安門 'Gate of Heavenly Tranquillity' 'Gate of Heaven's Peacemaking' zie plattegrond
2. Déshèngmén 德勝門 'Gate of Victory of Virtue' 'Gate of Having Conquered by Virtue'
3. Shùnzhì 順治 'Favourable Sway' 'Obedient [to Heaven] Keeping in Order [the Realm]' zie keizerslijst
4. Kāngxī 康熙 'Lasting Prosperity' 'Tranquil Peace'
5. Qiánlóng 乾隆 'Enduring Glory' 'Heaven's Having Holpen'
6. Guāngxù 光緒 'Brilliant Succession' 'Expansive Imperium'
7. Xuāntǒng 宣統 'Wide Control' 'Manifest Fundamental Laws'

Ga na uit welke elementen de Chinese namen zijn opgebouwd, en hoe deze elementen zich tot elkaar verhouden.

Een voorbeeld: in Tiānānmén 'Gate of Heavenly Tranquillity'

  • betekent tiān 'hemel' en ān 'gerustheid;
  • deze hebben in tiān+ān 'hemelse gerustheid' een onderschikkend verband: een bepaling gevolgd door een kern;
  • dit tiān+ān 'hemelse gerustheid' treedt in zijn geheel op als bepaling bij de kern mén 'poort'.

Deze opdracht is van hetzelfde type als nummer 27(d) hierboven.

Ga dus eerst nog even na: om wat voor elementen gaat het? En tot welk onderdeel van de grammatica behoort dit type beschrijving?

Het verschil met opdracht 27 is dat we dit type analyse nu gebruiken om na te gaan hoe de eerste en de tweede betekenis precies van elkaar verschillen.

54. Uitsmijter

Mark Zuckerberg, de directeur van Facebook, werd vorige week op de Tsinghua-universiteit (清华大学 Qīnghuá Dàxué) in Peking geïnterviewd in het Mandarijn.

De New York Times zette daarover het onderstaande filmpje online.

(a)  Kijk je aantekeningen na over het verschil tussen toon en intonatie (prosodie, enz.) zoals besproken in het vorige college.

(b)  Op de laatste lettergreep van de zin Wó xiǎngyào gēn tāmen shuō huà. 'Ik wil graag met hen praten.' (0'55") is een daling te horen.

Ga na of hier sprake is van toon of van intonatie. Onderbouw je oordeel met argumenten, liefst afkomstig uit hetzelfde filmpje.

(c)  Zoek de Engelse uitdrukkingen die hier in Zuckerbergs Mandarijn zijn geslopen.

Noteer de tijdstippen waar deze te horen zijn.

Welke overeenkomst vertonen deze uitdrukkingen in het Engels?

[Hear and] watch Mark Zuckerberg speak Mandarin


Ter info

Groepsresultaten bij opdracht 26(c): zinnen op basis van Kees Torns "N-E"

"N-C"  met C = Mandarijn (Mnd.), tenzij anders vermeld

Zin Evaluatie Opmerking
1.
Ik wil[yào] jou!
uitroepteken toegevoegd als overloop van intonatie naar toon
2.
Hij wil jou[] nie.
 
3.
Wacht maar tot ik bij de oorsprong[běn] ben.
?
sterk verschil tussen [ə] in Mnd. běn en [ɛ] in Ndls. ben (zie noot)
4.
Staat hij nu ineens niet meer op die lijst[dān] dan?
 
5.
De Hema heeft dit jaar geen gasten[bú kè]-boeken.
'geen' in het Mnd. niet met maar met méi (yǒu)
6.
Uit dit pan eten we rijst[fàn] van.
dit > deze; van > ø
7.
Wat is die wolf[láng] lang.
 
8.
Het gaat allemaal heel langzaam[màn], man!
 
9.
Ik kan het Westen[] zien.
in Ndls. zien [zin] kan i.t.t. #22 kammen [kɑmə] de -n niet wegvallen
10.
...terwijl ik mijn boeken naar school[xiào] sjouw.
?
Mnd. -xiào- 'school' komt niet als los woord voor
11.
Gisteren waren de man en vrouw[fūqī] foetsie.
 
12.
Ik ga vandaag winkelen met mijn moeder[] moe.
de Nederlandse zin loopt niet door
13.
Jammer genoeg kan ze niet mee, mijn zus[jiě]-je.
te sterke verschillen: vergelijk [c͡ç, ɛ] in Mnd. jiě met [j, ə] in Ndls. -je
14.
Verwacht hij dat ik sneller dan een mens[rén] ren?
?
sterk verschil tussen [ə] in Mnd. rén en [ɛ] in Ndls. ren (zie noot)
15.
Of bedoelt hij slechts zo snel als dat hij kijken[kàn] kan?
 
16.
Ik zoen de koning[wáng] op z'n wang.
?
de woorden op z'n staan aansluiting in de weg
17.
Die nemen we ook mooi[měi] mee.
 
18.
's Ochtends drink ik een glas of tien[sahp] sap.
op basis van het Kantonees
19.
Op Halloween waarschuwde ik hem: "Zeg geen[] boe...
verbod gaat in het Mnd. niet met maar met bié ~ bú yào
20.
...of ik duw je gezicht naar de grond[] toe".
 
21.
Ik ga naar een konijn[] toe.
op basis van het Klassiek Chinees (Mnd. 'konijn' is tùzi)

"N-J"  

  Zin Evaluatie Opmerking
22.
Ik ga mijn haar[kami] kammen.
?
sterk verschil tussen [i] in Jap. kami [kɑmi] en [ə] in Ndls. kammen [kɑmə]
23.
...dat de stoel heel comfortabel[isu] is.
isu betekent niet 'comfortabel' maar 'stoel'
24.
Hij vond het zo lekker dat hij steeds naar de taart[kēki] keek.
 
25.
Zij gaat het gebouw met de hond[inu] in.
 

_____

Voetnoot: taal en schrift

Kees Torns uitgangspunt was talig. Het moest dus klinken.

Nummers 3 en 14 horen bij een ander spel, op basis van het schrift: Kijk die inboorlingen turen... enzovoort. Daarover misschien een andere keer meer.


Week 2 (6 nov 14)

Teksten

    In: Achteraf. Amsterdam: G.A. van Oorschot, 1999, pp. 129-131.

    Eerder verschenen in Het Parool, 2 juni 1990. – met dank aan Maghiel van Crevel

Opdrachten

Vooraankondiging

Op donderdag 13 november (week 3) houden alle deelnemers een korte mondelinge presentatie over het onderwerp van het werkstuk.

En zoals eerder gezegd: kom gerust langs om plannen en ideeën te bespreken, maar wacht daarmee niet tot het laatste moment. Een afspraak maken via email werkt meestal het handigst.

De eisen voor de presentatie in week 3 zijn als volgt:

  • Geef in de presentatie minimaal een onderzoeksvraag, een werkwijze (methodologie) en een voorbeeld van het onderzochte taalgebruik – niet noodzakelijk in die volgorde
  • Houd er goed rekening mee dat per presentatie maximaal drie minuten beschikbaar zijn; oefen en klok dit van tevoren!
  • Vanwege de groepsgrootte kun je geen handout uitdelen en geen beamerpresentatie vertonen, maar wel het schoolbord gebruiken
  • Je denkbeeldige publiek heeft geen sino-/japanologische voorkennis – zorg dat b.v. een student Archeologie of Rechten je verhaal kan volgen.

55.  Overgebleven van vorige week:

  • het leeuwendeel van opdracht 52
  • de uitsmijter, nummer 54

Deze twee opdrachten zullen we als eerste behandelen.

56.  Ook overgebleven van vorige week: opdracht 53.

(a) Voor iedereen: hier wat extra tips bij de uitwerking.

  • Het gaat in deze opdracht primair om de verhoudingen tussen de elementen.

Dus bijvoorbeeld de eerste betekenis van 天安門 Tiānānmén, zoals boven uitgelegd: twee keer een onderschikkend verband.

  • Maar let op: de (on)mogelijkheden van zulke verbanden hangen sterk samen met de betekenis van de elementen zelf.

Voor Hauers tweede betekenis van Tiānānmén is bijvoorbeeld duidelijk dat ān niet als 'vrede' wordt opgevat, van zichzelf niet naamwoordelijk is, en dus ook een ander verband heeft met de twee andere elementen.

Om te checken of Hauers vertalingen van het Chinees (kunnen) kloppen, moet je dus sowieso met een goed woordenboek aan de slag.

Voor sinologen zal dit meestal een Chinees-Engels woordenboek zijn. Japanologen kunnen Chinees-Japanse woordenboeken gebruiken.

(b) Voor Emily en Léon:

De tabel van vorige week is hieronder herhaald met als extra kolom de door Hauer gegeven transcripties.

Zoals vorige week bleek, was Hauers Mandarijnse transcriptie niet overal even zorgvuldig.

Check nu zijn Mantsjoe-transcripties.

Ga na of de vertalingen in de kolom "Tweede betekenis" kloppen met de Mantsjoe-namen.

Wees er op voorbereid om deze namen op college waar nodig aan je medestudenten toe te lichten.

  Mandarijn Eerste betekenis Tweede betekenis Mantsjoe Opmerking
  Pīnyīn Karakters
1. Tiānānmén 天安門 'Gate of Heavenly Tranquillity' 'Gate of Heaven's Peacemaking' Abkai elhe obure duka zie plattegrond
2. Déshèngmén 德勝門 'Gate of Victory of Virtue' 'Gate of Having Conquered by Virtue' Erdemu i etehe duka
3. Shùnzhì 順治 'Favourable Sway' 'Obedient [to Heaven] Keeping in Order [the Realm]' Ijishûn Dasan zie keizerslijst
4. Kāngxī 康熙 'Lasting Prosperity' 'Tranquil Peace' Elhe Taifin
5. Qiánlóng 乾隆 'Enduring Glory' 'Heaven's Having Holpen' Abkai Wehiyehe
6. Guāngxù 光緒 'Brilliant Succession' 'Expansive Imperium' Badarangga Doro
7. Xuāntǒng 宣統 'Wide Control' 'Manifest Fundamental Laws' Gehungge Yoso

Bij de Linzensoep:

57.  Lees de tekst.

58.  Wat is een démarche? (p. 129).

59.  Ben je het eens met de parafrases van Die démarche heb ik geen spijt van. en van Die juffrouw Teunisz moet ook niet veel aan wezen.?

Zo ja: geef een overeenkomst en een verschil aan tussen de oorspronkelijke zin en de parafrase.

En zo nee: geef aan waarom niet.

60.  Op p. 130 geeft Van het Reve aan dat hij nog nooit een grammatica van het gesproken Nederlands heeft gezien. Jij wel?

Zo ja: geef bibliografische gegevens en ga na hoe dit werk is ontstaan.

En zo nee: geef aan waarom de Nederlandse taalkunde wel, of niet, gebaat is bij zo'n grammatica.

61.  Op dezelfde pagina heeft Van het Reve het over "een paar duizend bladzijden gesproken Nederlands".

Ken je de technische naam voor zo'n verzameling?

Bestaat zoiets tegenwoordig al voor het Nederlands?

En voor het Mandarijn?

62.  "Thuis typt hij dat uit. Dat is erg moeilijk, maar het kan." (p. 131). Waarom is dat moeilijk?

63.  Geef een eigen voorbeeld van de "vele andere constructies, waar tot nu toe niemand op gelet heeft" (p. 131).

64.  Speelt de problematiek die Van het Reve in dit stukje aankaart ook voor het Mandarijn? Japans? Kantonees?


Ter info

LUSH Talk

Anna Szabolcsi (New York University / UvA): "KA Particles cross-linguistically: Where are they needed and why?"

Datum: 12 november 2014

Tijd: 15:30-17:00

Plaats: Wijkplaats 2, zaal 003


Week 3 (13 nov 14)

Opdrachten

Presentatie-opdracht

65.  Iedereen heeft ondertussen een of meerdere keren commentaar gekregen op de werkstuk-vorderingen.

Op donderdag 13 november geeft elke deelnemer een korte presentatie over het onderwerp van het werkstuk. Deze presentatie wordt ook beoordeeld als deelopdracht ("referaat").

Aandachtspunten:

  • Geef in de presentatie minimaal een onderzoeksvraag, een werkwijze (methodologie) en een voorbeeld van het onderzochte taalgebruik – niet noodzakelijk in die volgorde
  • Houd er goed rekening mee dat per presentatie maximaal drie minuten beschikbaar zijn; oefen en klok dit van tevoren!
  • Vanwege de groepsgrootte kun je geen handout uitdelen en geen beamerpresentatie vertonen, maar wel het schoolbord gebruiken
  • Je denkbeeldige publiek heeft geen sino-/japanologische voorkennis – zorg dat b.v. een student Archeologie of Rechten je verhaal kan volgen.

Ter info

LUSH Talk

Anna Szabolcsi (New York University / UvA): "KA Particles cross-linguistically: Where are they needed and why?"

Datum: 12 november 2014

Tijd: 15:30-17:00

Plaats: Wijkplaats 2, zaal 003


Week 4 (20 nov 14)

Achtergrond

Deze week lezen we over een kleine groep Chinezen, de Hakka's, die in Nederland vrijwel allemaal uit Suriname afkomstig zijn.

Het artikel "Kejia" komt uit een bundel artikelen waarin de enorme verscheidenheid aan talen in Suriname tot in alle uithoeken wordt belicht.

Teksten

Opdrachten

Vooraankondiging

Op 27 november (week 5) volgt de laatste inleveropdracht: een actuele tekstversie van het werkstuk.

66.  Overgebleven van vorige week: Linzensoep, opdrachten 57 tot en met 64

Deze opdrachten zullen we als eerste behandelen.

67.  Lees de nieuwe teksten en neem je aantekeningen hierover mee naar de klas.

68.  Kun je iets vinden over de achtergrond van eerste twee auteurs uit de lijst van drie hierboven?

Welke familienaam heeft de eerste auteur?

69. Wat betekent tjauw min?

70. Doe een vergelijkende uitspraak over de Chinese talen die vroeger en tegenwoordig in Suriname werden en worden gesproken.

71. Ga na

72. Welke Chinese talen behalve de bovengenoemde worden er nog meer door Chinezen in Nederland gesproken?

73. Uit welke plek(ken) in China komen de meeste Chinezen in Leiden?

74. In de eerste paragraaf legt de auteur uit hoe hij de termen "Hakka" en "Kejia" onderscheidt.

75. "Sranan" (p. 234): herken je iets in dit woord?

Waar komt deze taal vandaan? Op p. 236 wordt deze taal een "lingua franca" genoemd: wat is dat?

76. Wat wordt op p. 234 bedoeld met chain migration?

77. Op p. 235 wordt verteld dat "Kejia syntax and lexicon are rarely apparent in these letters". Hoe zou dat komen?

78. Wat is op p. 237 intra-ethnic communication?

En wat zijn op p. 245 intrasentential switches?

79. Kun je de titel van de afgebeelde krant vertalen?

80. Op p. 239 wordt de Language atlas of China genoemd.

Is daarvan een exemplaar aanwezig in Leiden?

81. Beschrijf in je eigen woorden zo nauwkeurig mogelijk het verschil tussen [w] en [v] op p. 240.

82. "In Kejia the Middle Chinese yinshang and yangshang categories have merged, as well as the yinqu and yangqu categories" (p. 240).

83. Lees over de splitsing tussen yin- en yang-registers de bespreking in Grammatica van het Mandarijn, pp. 16-17 goed na.

Volgt de voor het Hakka gegeven nummering het "missie-systeem" of de academische notatie?

84. Wat wordt er op p. 241 bedoeld met "the inchoative meaning of Surinamese Dutch gaan 'go' "?

Ken je hier voorbeelden van?

85. Hoeveel leenwoorden staan er in voorbeeld (12) op p. 247?


Ter info

Stemfrituur

n.a.v. onze bespreking van het verschil tussen intonatie en toon in Blok 2, week 2:

Dubbele ontkenning

n.a.v. onze bespreking van Jenny Cheshire, "Double negatives are illogical" in Blok 1, week 6:


Week 5 (27 nov 14)

Tekst


Achtergrond


Opdrachten

Laatste inleveropdracht

86.  Lever op 27 november een nieuwe tekstversie in met enkele pagina's over je onderwerp.

Lever de tekst uitgeprint aan in aan het begin van het college, of leg het werk voor die tijd in mijn postvak.

87.  In het artikel van Van Maris staan in het kader "Versprekingen" twee voorbeelden.

Observatie-oefening:

Noteer deze week zelf minimaal twee zinnen waarin een verspreking voorkomt van een moedertaalspreker in een taal naar keuze.

88.  In r. 21 lezen we:

"Dit onderscheid tussen inhoudswoorden enerzijds en functiewoorden en functionele elementen anderzijds komt in allerlei taalverschijnselen voor.".

Hoeveel inhoudswoorden, functiewoorden en functionele elementen komen er in die zin voor?

89.  Vertel in je eigen woorden wat er in de rr. 51-53 wordt bedoeld met het onderscheid tussen "concrete betekenissen" en "abstracte betekenissen".

Vergelijk hierbij ook r. 111 en rr. 243-250.

90.  Is "het onderscheid tussen inhouds- en functiewoorden" (rr. 63-64) een westerse traditie, of vinden we dit onderscheid ook in Chinese taalkundige analyses?

91.  Kunnen we over het nuttig effect van ontleningen (rr. 92-93) concluderen dat dit ontbreekt voor de Engelse leenwoorden cool, shit en yes! in het Nederlands (r. 101)?

Leg uit waarom wel/niet.

92.  Bedenk zelf (dus: niet uit dit artikel of uit handboeken) voor elk van de elementen in de ontleningshiërarchie van rr. 106-110

  • minimaal één voorbeeld in het Nederlands (dus: ontleend uit een andere taal)
  • minimaal één voorbeeld in het Mandarijn (dus: ontleend uit een andere taal)

93.  In de regels 120-127 wordt een patroon beschreven van de vermenging van twee talen.

Observatie-oefening:

Probeer deze week een tweetalig persoon (desnoods jezelf, als je tweetalig bent) te betrappen op dit patroon.

Schrijf de gevonden zin(nen) uit.

94.  "De functiewoorden zijn grotendeels opnieuw geconstrueerd" (r. 149); wat wordt hiermee bedoeld?

95.  In rr. 174-177 worden voorzetsels voorgesteld als een "tussencategorie" tussen inhouds- en functiewoorden.

  • Hoe zit dat in het Mandarijn met bijwerkwoorden (coverbs)?
  • Zijn er ook "echte" voorzetsels in het Mandarijn, d.w.z. zijn bijwerkwoorden in deze taal te onderscheiden van voorzetsels?
  • Zo ja: hoe? En zo nee: waarom niet?

96.  Volgens rr. 185-187 zijn "functiewoorden meestal korter dan inhoudswoorden".

  • Kan het ook andersom? Geef voorbeelden in een taal naar keuze.
  • Op welke manier(en) kunnen we meten dat de ene uitdrukking "korter" is dan de andere?

97.  In rr. 198-200 staat "dat het werkwoord de spil is waaromheen de zin wordt opgebouwd." Geef commentaar:

  • met betrekking tot het Nederlands - als het klopt, geef dan een voorbeeld; en als het niet klopt, hoe kan de bewering dan kloppend worden gemaakt?
  • met betrekking tot het Mandarijn - als het klopt, geef dan een voorbeeld; en als het niet klopt, hoe kan de bewering dan het best worden bijgesteld?
  • met betrekking tot Nederlandse kindertaal (zie voor voorbeelden het kader "Kindertaal" onderaan)

98.  In rr. 254-266 worden de klankeigenschappen van functiewoorden in het Nederlands en in het Quechua besproken.

  • Waar wordt het Quechua gesproken, en door hoeveel sprekers?
  • Hoe zit het met de klankeigenschappen van functiewoorden in het Mandarijn?

99.  Wat betekent de bewering dat woorden zoals ja, hallo en auw "geen grammatica" hebben (rr. 299-300)?


Week 6 (4 dec 14)

Planning

100.  Vandaag kun je je werkstuk inleveren, maar dit is niet verplicht.

Geheugensteuntjes:

  • De eindversie van het werkstuk dient afgedrukt op papier (postvak Wiedenhof) én digitaal () te worden ingeleverd. Beide dienen voor de deadline binnen te zijn.

  • Zie voor de deadline en de voorwaarden verder de syllabus.

Neem je agenda mee naar college. Wie wil kan in de studieweek (blok 2, week 7) nog een extra afspraak maken voor de laatste loodjes van het werkstuk.


Excursie

101.  In dit laatste college maken wij een excursie langs taalkundige hotspots in onze faculteit.

Je hoeft daarvoor niets voor te bereiden.

We verzamelen ons wel op de gewone tijd, maar niet in ons lokaal: om 13u15 bij de ingang van de Universiteitsbibliotheek.

Handige hulpjes

 Terminology

 Languages of the world

 Proofreading symbols

 e-ANS

 Taalkundige transcriptie

 Schrijfwijzer

 

 IPA Chart with sounds

 

laatste wijziging: 1 december 2014 | home